11 vragen bij moeilijke momenten

Jim Nix, creative commens license

Jim Nix, creative commens license

Wanneer je een moeilijke periode doormaakt kan het lijken alsof alles tegenzit. Misschien heb je wel de angst of de bezorgdheid dat het allemaal teveel wordt of dat je het leven niet meer in handen hebt. Op zo’n frustrerende of uitzichtloze momenten kan je kleine dingen proberen die een groot verschil kunnen maken. Het verschil tussen volhouden en opgeven.

Hieronder deel ik een aantal vragen die voor mezelf in het verleden al zinvol bleken.
Misschien kunnen ze ook jou helpen om vol te houden.

  1. Heb je vandaag al gedronken? Indien niet, drink dan wat. Dehydratatie is een belangrijke oorzaak van hoofdpijn, maar soms word je er ook prikkelbaar en futloos door.
  2. Heb je de afgelopen 4 uur al iets gegeten? Indien niet, eet dan wat. Kies eerder voor een gezonde snack (zoals een yoghurtje, een handvol noten, een stuk fruit, een boterham) dan voor een snack boordevol suikers en vetten (vb. snoepreep). Soms heeft je lichaam nood aan energie, energie die oké is voor je gevoel.
  3. Heb je jezelf vandaag al gewassen? Indien niet, neem een douche of een bad. Wat voor jou het aangenaamste is. Jezelf wassen kan je hoofd helpen opklaren en kan helpen om terug in contact te komen met je lichaam. Voel hoe het water je lichaam verwarmt, of net afkoelt. Voel hoe je spieren zich ontspannen. Voel de douchestralen op je hoofdhuid. Ruik de geur van de shampoo of douchegel. Laat het tot je doordringen.
  4. Heb je kleren aan? En nee, geen jogging of pyjama. Echte kleren, waar je mee buiten durft te komen? Jezelf aankleden hoeft maar 5 minuten te duren. Kies iets uit waar je je op andere dagen zelfzeker of mooi in voelt. Het kan helpen om dat gevoel terug op te roepen.
  5. Ben je vandaag al naar buiten gegaan? Zware lichaamsinspanning is niet nodig, maar gewoon een blokje rond wandelen zet je in beweging. Je hoeft niet ver te gaan. Zolang je je schoenen maar aantrekt en jezelf de kans geeft om even tussen de vier muren van je huis weg te gaan. Voel het licht, voel het wandelritme, kijk rond naar de wereld, merk de kleine dingen op (een bloemetje dat zich tussen de stoeptegels heeft gewrongen, een insect of vogel, een mens die een andere mens groet,…). Start met vijf minuten. Als je na vijf minuten echt terug wil, dan kan dat. Maar misschien voel je hoeveel deugd het je doet om buiten te zijn, en wil je toch wat langer wandelen. Wie weet kom je zo onverwachts wel aan je half uurtje bewegen per dag.
  6. Heb je al met iemand gesproken? Spreek iemand aan. Geef een compliment. Vraag hoe het met iemand gaat. Maak even écht contact met iemand. Kijk hem of haar in de ogen. Het kan helpen om je niet meer zo geïsoleerd of afgesneden te voelen.
  7. Heb je vandaag al met een levend wezen geknuffeld? Dat kan een vriend(in) zijn, maar net zo goed een huisdier, of het huisdier van een vriend(in). Aarzel niet om een knuffel te vragen. De meeste mensen en dieren zullen er net als jij van kunnen genieten. Door er om te vragen dring je jezelf niet op. De ander kan nog altijd ‘nee’ zeggen als het niet oké voelt.
  8. Ben je heel erg moe? Misschien heb je net een erg uitputtende of emotionele periode achter de rug, of zit je er nog middenin. Dan is het niet verwonderlijk dat je vermoeid bent. Probeer een goed dag-nacht-ritme aan te houden, met voldoende slaap, afhankelijk van wat je nodig hebt.
    Slapen overdag is toegestaan, maar zet misschien best je wekker op 30 minuten. Als je langer dan een half uur slaapt, kan je er juist nog suffer van worden. Een kort middagdutje kan echter verkwikkend werken. Ga ’s avonds op tijd slapen en zet alle schermen (pc, smartphone, tablet,…) uit. Lig je langer dan een half uur wakker? Sta dan op en ga iets anders doen. (Niet in bed zelf, maar op een andere plek. Je bed dient enkel om te slapen.) Probeer het na een half uur nog eens opnieuw.
  9. Heb je het gevoel dat je nergens toe in staat bent? Doe een heel klein klusje. Vervang de rol toiletpapier als die op is. Kijk even na welk weer het wordt de rest van de dag. Ga de bus leegmaken. Was één kop af. Doe één rondslingerend kledingstuk in de wasmand. Sommige dagen voel je je tot niet veel meer in staat. Maar telkens als je opstaat van je stoel kan je zo één klein klusje uitvoeren. Daardoor val je niet volledig stil. En je kan ervaren dat je nog altijd iets kan. Vandaag is het misschien maar een sok in de wasmand steken. Morgen doe je de hele was. En meer misschien.
  10. Neem je medicatie? Kijk goed na of je die wel regelmatig ingenomen hebt. Er bestaan doosjes die je kunnen helpen om de pilletjes per week klaar te zetten. Zo verklein je de kans dat je een dosis overslaat. Of misschien werd er onlangs iets aan je dosering veranderd? Bespreek hoe je je voelt met je psychiater. Misschien is de dosering of het product niet afgestemd op wat je nu nodig hebt.
  11. Staat er een afspraak met je hulpverlener gepland? Als je je echt ellendig voelt, wacht dan niet langer dan een week af. Neem contact op met je hulpverlener. Vraag eventueel een bijkomende, vervroegde afspraak. Als je nog geen hulp hebt, ga er dan naar op zoek. Er zijn verschillende diensten en personen waar je terechtkan. Wacht niet af tot het je allemaal teveel wordt.
    Neem contact op met iemand die je vertrouwt, of een dienst waar je vertrouwen in stelt.
    Voorbeelden zijn: je huisarts, je psycholoog, psychotherapeut of psychiater, het CAW, het JAC, het CGG, Tejo (voor jongeren), Tele-Onthaal (106), de Zelfmoordlijn (1813 of chat), ANBN (bij eetstoornissen),…

Heb jij nog vragen of tips die anderen kunnen helpen?
Wat helpt jou om de moeilijke momenten door te komen?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.