Categorie archief: in de media

Meta-analyse toont effectiviteit antidepressiva aan

In een recent verschenen studie (The Lancet, 21 februari 2018) besluiten onderzoekers na een periode van 6 jaar onderzoek en een meta-analyse van 522 studies dat antidepressiva wel degelijk effectief zijn.

Controverse met gevolgen

Jarenlang was er grote controverse over de werkzaamheid van antidepressiva. Het had ook als effect dat mensen vaak al na een maand weer hun medicamenteuze behandeling stopzetten, omdat ze er te weinig resultaten van merkten. Dat is nochtans een erg spijtige zaak, want ongeveer 60% van de mensen die 2 maanden antidepressiva gebruiken ervaren een vermindering van de klachten van 50%.

Effectief, maar niet allemaal evenveel

Niet alle medicatie blijkt echter evenveel effect te hebben. En wat we nog niet weten uit onderzoek is welke medicatie voor welke persoon in een bepaalde situatie de beste optie zal zijn. 

Gemiddeld gesproken komen volgende producten het beste uit de review:

  • amitriptyline (Redomex),
  • venlafaxine (Effexor),
  • agomelatine (Valdoxan, lijkt erg op ons lichaamseigen melatonine, dat de slaap regelt),
  • escitalopram (Sipralexa) en
  • vortioxetine (Brintellix).

Drie andere middelen scoorden eerder slecht in de review: fluvoxamine, reboxetine en trazodone. Dit betekent dat de studies maar weinig effect konden aantonen van deze medicatie op symptomen van stemmingsstoornissen (niet veel beter dan een placebo). Trazodone wordt als antidepressivum vaak minder goed verdragen, o.a. omdat het grote slaperigheid kan veroorzaken. Om die reden wordt het echter wel toegepast door artsen voor personen met stemmingsproblemen die gepaard gaan met slaapstoornissen (o.a. problematisch inslapen). 

Vragen?

Heb je vragen over medicatie, neem dan contact op met je huisarts of raadpleeg een psychiater. Zij kunnen samen met je bekijken of medicatie voor jou een goede optie kan zijn en wat je daarnaast nog meer nodig hebt om aan je herstel te werken. Onderzoek leert ons immers ook dat mensen de beste resultaten behalen van een combi-therapie: medicatie én psychotherapie.

Psychotherapie

Wie al eerder een depressie doormaakte, kan bijvoorbeeld gebaat zijn bij Mindfulness Based Cognitive Treatment (MBCT). Dit is een bijzondere vorm van cognitieve gedragstherapie die goed werkt als hervalpreventie na het doormaken van een eerdere (of meerdere) depressie(s). 

Verder weten we dat depressieve stemmingsstoornissen vaak een functie hebben. Ze willen ons tonen dat er blokkades zitten in onze ontwikkeling. Er loopt iets vast, we worden somber, we voelen dat we niet vooruit kunnen op deze manier in deze situatie. Psychotherapie kan helpen om zicht te krijgen op deze blokkades, om terug te voelen wat je nodig hebt om weer terug met meer energie en mildheid naar jezelf (en anderen) in het leven te kunnen staan. Soms betekent het stilstaan bij pijnlijke verliezen, bij het moeten opgeven van bepaalde dromen of verwachtingen, bij het verwerken van pijnlijke gebeurtenissen of het zoeken naar wie je zelf eigenlijk diep vanbinnen bent, omdat je jezelf lange tijd voorbij gelopen bent…

Dat zijn vraagstukken waar medicatie ons natuurlijk niet van kan verlossen, maar waar we zelf de tijd voor moeten nemen om te onderzoeken. 

Emma wil leven – waar vind je hulp?

Op dinsdag 20 juni zond Telefacts de Nederlandse BNN-documentaire ‘Emma wil leven’ uit.

Naar aanleiding van deze documentaire ontvingen we heel wat hulpvragen. Mensen die zich zorgen maken om iemand die ze graag hebben, mensen die zelf worstelen met een eetstoornis en op zoek zijn naar hulp. Dat is precies wat Emma graag had gewild: dat mensen sneller hulp gaan zoeken, zodat het niet zover moet komen als bij haar het geval was.

En we heHerstellen-doe-je-zelfbben goed nieuws: er bestaat degelijke hulp bij eetstoornissen, die mensen kan ondersteunen in het terugkrijgen van de controle over het leven, die kan helpen om te zoeken na
ar de functie en betekenis van de eetstoornis en wat je nodig hebt om terug meer zelf in het leven te kunnen staan.

Bij Voedsel voor de Ziel zetten Mara Reynders en ikzelf onze ervaringsprofessionaliteit in. Net zoals bij de hulpverleners die Emma begeleid hebben, zetten ook wij onze eigen ervaringen met eetstoornissen en vooral ook het herstellen ervan in! We zijn ervan overtuigd dat deze aanpak iets kan bieden dat heel uniek is in Vlaanderen. Wil je graag een afspraak voor een intakegesprek (kostprijs 10€), mail dan even naar info@voedselvoordeziel.be. Neem ook een kijkje op onze website Voedselvoordeziel.be, om een idee te krijgen van onze visie en aanpak, die heel persoonsgericht is en rekening houdt met de noden van wie zich aanmeldt en wie betrokken partij is.

Mijn collega, Mara Reynders, sprak tijdens het VTM-journaal over de problematiek van eetstoornissen, zoals anorexia nervosa. Over de sterke innerlijke criticus die zo intens aanwezig kan zijn dat je eigen stem geen ruimte meer krijgt…

Daarnaast gaf ze tijdens een Facebook Live chat meer duiding bij de documentaire en gaf ze antwoord op vragen van kijkers. Je kan dit interview via deze link nog helemaal herbekijken.

Ben je op zoek naar ambulante hulp (psycholoog, diëtisten, psychiater) of naar plaatsen waar je via opname geholpen kan worden bij een eetstoornis? Dan kan je er hier nog heel wat meer over lezen:

Wacht niet langer om hulp te zoeken!
Heel wat mensen zochten de afgelopen dagen hulp: ook jij kan de stap zetten!

Neem vandaag nog contact op:

  

Over de gewichtigheid van gewichten in artikels

Artikels over eetstoornissen. Als je bekijkt wat er zo allemaal de afgelopen jaren verschenen is, kan je verschillende tendensen zien. Artikels die echt bewust op zoek gaan naar verdieping en die rekening houden met wat gevoelig kan liggen, en daarnaast artikels die mensen willen wakker schudden. Die tweede soort artikels heeft vaak verontrustende en choquerende titels: “15 jaar en XX kilo“, “Anorexiamodel (XX kg) sportte 7 uur per dag en overleefde 3 hartaanvallen“, … Of het zijn artikels met triggerende foto’s ernaast van uitgemergelde lichamen. We hebben er een hele verzameling van liggen in het Inloophuis.

Wat de meeste mensen meteen opvalt aan zo’n artikel zijn de titel, de beelden en de inzetten (de vetgedrukte citaten in de marges of in de tekst). Redacteurs weten hoe de principes van selectieve aandacht werken en hoe ze die aandacht moeten trekken. Dus kiezen ze er bewust voor om te choqueren.

Maar dat heeft ook nadelen. Ik som er vijf op.

  1. “Zo extreem is het bij mij(n kind) nog niet.”

    Je leest een artikel en daarin wordt een gevaarlijk laag gewicht vermeld. Misschien maak je je zorgen om jouw kind, of om een persoon in jouw omgeving. Of misschien twijfel je zelf nog of je wel een eetstoornis hebt. Als je zo’n laag gewicht leest, kan dat de indruk geven dat het allemaal nog wel meevalt als je er nog een eindje boven zit. Waarom zou je dan hulp gaan zoeken? Waarom zou je je zorgen maken, als het eigenlijk allemaal nog zoveel erger kan?

    Zo herinner ik me het verhaal van een vrijwilliger die vertelde: “Mijn huisarts had net een artikel gelezen over anorexia nervosa. Daarin stond vermeld dat hospitalisatie pas nodig was vanaf een bepaald gewicht. Ik zat daar nog 4kg boven, dus er was niets aan de hand. Ik moest mijn best blijven doen om op gewicht te blijven en daarmee was de kous af.”

    Alsof je niet ook een heel ernstige en levensgevaarlijke eetstoornis kan hebben op eender welk gewicht… Ook mensen die lijden aan overgewicht kunnen ernstig ondervoed zijn, of kunnen door een extreem dieet of door extreem te compenseren hun leven op het spel zetten.
    Oh-bij-mij-is-het-zo-erg









  2. Gewichten zeggen alles, maar tegelijk ook niets.

    Een gewicht alleen zegt eigenlijk niets, als je niet ook rekening houdt met de lengte, de buikomtrek en de verdere algehele conditie van een persoon.  40kg bij een kind van 1,20 meter betekent iets heel anders dan 40kg bij een volwassene die een pak groter is.

    Huisartsen en schoolartsen registreren zowel lengte als gewicht om via longitudinaal onderzoek te kunnen bijhouden hoe mensen evolueren. Met deze twee getallen kunnen zij de BMI berekenen (Body Mass Index, of ook wel Quetelet schaal genoemd, naar de Belg die de formule voor deze maat bedacht). Het VIGeZ (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie) neemt aan dat deze BMI het best tussen 18,5 en 25 is, om gezond genoemd te kunnen worden. (In gespecialiseerde eetstoorniscentra wordt het minimum gezond gewicht berekend op basis van een BMI 20).

    Daarnaast is intussen ook de maatstaf van de huisartsen veranderd: zij registreren niet enkel lengte en gewicht, maar meten ook uw buikomtrek. De reden hiervoor is dat de BMI niet zo betrouwbaar is om in te schatten of iemand fysiek gezond is. De buikomtrek is een extra parameter die daarbij kan helpen en die bijvoorbeeld kan aangeven of iemand een verhoogd risico loopt op hart- en vaatziekten. Ik ben geen arts, dus de technische kant van de zaak bespreekt u best eens met uw eigen huisarts, als u er meer over wil weten.
    Ik geef deze informatie mee als extra argument om aan te tonen dat gewicht alleen niet voldoende is om in te schatten hoe (on)gezond iemand is.

  3. Een gewicht verhult de ware broeikas van problemen

    Een eetstoornis gaat niet over gewicht, ook al is het wat aan de buitenkant het meeste opvalt. Maar nog vaker valt het zelfs helemaal niet op aan de buitenkant, want eigenlijk hebben de meeste mensen met een eetstoornis last van een eetstoornis die je op het eerste gezicht zelfs helemaal niet kan zien! Van de 10 personen met een eetstoornis is er maar één die lijdt aan anorexia nervosa (waar ondergewicht een belangrijk signaal is). Iemand kan dus een “perfect normaal gewicht” hebben – voor zover dat al bestaat – zonder dat je weet hoe het er vanbinnen bij die persoon aan toe gaat. Op die manier verhult het gewicht een broeikas van problemen, die aan de oppervlakte niet of nauwelijks zichtbaar zijn.

    Een gewicht of een getal zegt dus helemaal niets over de mentale fixatie waarmee mensen met een eetstoornis te kampen kunnen krijgen. Een gewicht zegt niets over de massieve gevoelens die als een blok vast kunnen zitten in je lijf, waardoor je niet meer kàn eten. Of waardoor je misschien net begint te overeten om alles er nadien uit te kunnen braken, in de hoop dat je je nadien terug beter zou voelen, maar dat doet het niet… Of misschien ga je overeten om de gevoelens weg te drukken, om even alleen te zijn met het eten en verder niets te hoeven voelen of denken. Maar ook dat werkt niet, want de realiteit kan je niet ontkennen. Het leven is nu eenmaal wat het is. We zullen ermee moeten leren leven en ermee leren omgaan. En een eetstoornis helpt je niet “omgaan met” de moeilijke dingen in het leven, integendeel: het is een vermijdingstactiek om maar niet te moeten voelen, of niet te moeten nadenken over wat je zo in de knoop brengt.

  4. Het psychologisch gewicht van een eetstoornis is niet in cijfers uit te drukken

    De psychologische zwaarte van een eetstoornis valt niet met een gewicht of ander cijfer uit te drukken. Aan een gewicht kan je niet zien hoezeer en waaraan de persoon voor jou lijdt. Om zicht te krijgen op de sneltreinen vol gedachten en de achtbanen van gevoelens zal je toch echt naar de unieke ervaringen moeten luisteren. In de meeste artikels is daar onvoldoende plaats voor, om mensen gewoon te laten bestaan in hun genuanceerde complexiteit.

  5. Een gewicht is geen identiteitskenmerk

    Wanneer je in een artikel groot een gewicht in de (selectieve) aandacht zet, komt het over alsof je die persoon en zijn problematiek daar volledig mee kan bevatten. Alsof het daarmee alleen al allemaal gezegd is. Alsof die persoon niet zoveel meer is, dan een getal, waarop hij wordt vastgepind en over wordt aangesproken. “Ik ben Els en ik weeg XX kg.” Weet jij nu wie ik ben?

    Dus, wie is die persoon daarnaast nog meer? Wat voor angsten en zorgen hebben ertoe geleid dat deze persoon zo vastgelopen is in zijn of haar leven? Wat voor passies en talenten heeft hij of zij? Hoe kunnen we die ondergesneeuwde dromen en verlangens terug van onder het stof halen, zodat deze persoon kan uitbreken uit de eetstoornis-kooi en terug kan openbloeien? Hoe voelt deze mens zich, en heeft hij of zij nog hoop? Hoe kunnen we helpen vasthouden aan het leven? Dat interesseert mij eigenlijk veel meer, dan weten hoeveel iemand weegt.

Hoe dan wel communiceren over eetstoornissen?

Wij zaten met een werkgroep samen en schreven onze richtlijnen voor een doordacht mediabeleid. Daarin geven we suggesties mee, op basis van onderzoek en op basis van onze eigen ervaringen (wat voelde goed, hoe kwamen mensen het beste tot hun recht, op welke manier werd er op een respectvolle en tegelijk duidelijke manier gecommuniceerd,…).

Zelf hanteren we binnen onze vereniging ook huisregels, waarmee we zelf het goede voorbeeld geven. Op ons forum en onze chat worden bijvoorbeeld geen gewichten vermeld. Op die manier verminderen we de kans dat lotgenoten elkaar triggeren of in een negatieve spiraal naar beneden trekken. We leggen ook duidelijk uit waarom we onze eigen “laagste gewichten” niet vermelden: de kans is te groot dat mensen op basis van het gewicht proberen in te schatten hoe ernstig onze eetstoornis was en hoe ernstig hun eigen problemen dan in vergelijking zijn. Maar elke eetstoornis is ernstig. Elke persoon die zich zo ongelukkig voelt met en in zichzelf dat hij zichzelf wil “verminderen” of wil doen “verdwijnen” is het waard om hulp te zoeken. Ongeacht wat het getal op de weegschaal is dat het leven zo beheerst…

Tekort aan psychiatrische bedden voor minderjarigen is allesbehalve herstelbevorderend

We lezen het vandaag in De Standaard, maar het is een verhaal dat jammer genoeg wel vaker voorkomt: minderjarigen die geen plaats vinden in kinder- en jeugdpsychiatrie worden dan maar noodgedwongen opgenomen op een afdeling voor volwassenen. Reden: er zijn onvoldoende bedden op kinder- en jeugdpsychiatrie om alle kinderen en jongeren met specifieke en soms complexe zorgnoden op te vangen. Zo pleit Prof. Adriaenssens bijvoorbeeld voor het inrichten van plaatsen waar jongeren langduriger kunnen verblijven, dan wat nu mogelijk is. Herstellen wat gebroken is, jezelf leren kennen en graag leren zien,… kost tijd. En die tijd wordt jongeren nu maar zelden gegund, en dan nog in een omgeving die niet echt op hun maat is… In zo’n context is het moeilijk aan herstel te werken. Voor sommige jongeren komen er juist nog extra kwetsuren en soms zelfs traumatische ervaringen bovenop.

Het is juist dit tekort aan plaatsen voor kinderen en jongeren dat ook de vzw BAAN Chloë wil aanklagen. BAAN staat voor Betere Aanpak Anorexia Nervosa en Chloë is de naam van een meisje dat overleed aan de gevolgen van anorexia nervosa. Zij overleed onder andere doordat er lange wachtlijsten waren en omdat er te lang gewacht werd om door te verwijzen naar meer gespecialiseerde hulp. Maar ook omdat er in de regio waar het gezin woonde (provincie Limburg) eigenlijk geen kinder- en jeugdpsychiatrische bedden waren waar deze problematiek goed behandeld kan worden. Intussen werd in Genk wel een nieuw kinderpsychiatrisch centrum opgericht. Het is echter maar de vraag hoe lang het zal duren voor ook daar de wachtlijsten dicht slibben en of men er voldoende kennis heeft om met eetstoornissen om te gaan. Laat ons in ieder geval hopen dat er heel wat kinderen tijdig hulp kunnen vinden, voor het definitief te laat is.

Het boek “Help! Mijn kind heeft een eetstoornis” kan je aankopen bij BAAN Chloë. Als je het boek via hun website koopt, gaat de opbrengst naar hun vzw, zodat zij de strijd voor een beter georganiseerde hulpverlening bij eetstoornissen nog verder kunnen zetten.

Lees hier de artikels die vandaag werden gepubliceerd in De Standaard.