Categorie archief: tip

11 vragen bij moeilijke momenten

Jim Nix, creative commens license

Jim Nix, creative commens license

Wanneer je een moeilijke periode doormaakt kan het lijken alsof alles tegenzit. Misschien heb je wel de angst of de bezorgdheid dat het allemaal teveel wordt of dat je het leven niet meer in handen hebt. Op zo’n frustrerende of uitzichtloze momenten kan je kleine dingen proberen die een groot verschil kunnen maken. Het verschil tussen volhouden en opgeven.

Hieronder deel ik een aantal vragen die voor mezelf in het verleden al zinvol bleken.
Misschien kunnen ze ook jou helpen om vol te houden.

  1. Heb je vandaag al gedronken? Indien niet, drink dan wat. Dehydratatie is een belangrijke oorzaak van hoofdpijn, maar soms word je er ook prikkelbaar en futloos door.
  2. Heb je de afgelopen 4 uur al iets gegeten? Indien niet, eet dan wat. Kies eerder voor een gezonde snack (zoals een yoghurtje, een handvol noten, een stuk fruit, een boterham) dan voor een snack boordevol suikers en vetten (vb. snoepreep). Soms heeft je lichaam nood aan energie, energie die oké is voor je gevoel.
  3. Heb je jezelf vandaag al gewassen? Indien niet, neem een douche of een bad. Wat voor jou het aangenaamste is. Jezelf wassen kan je hoofd helpen opklaren en kan helpen om terug in contact te komen met je lichaam. Voel hoe het water je lichaam verwarmt, of net afkoelt. Voel hoe je spieren zich ontspannen. Voel de douchestralen op je hoofdhuid. Ruik de geur van de shampoo of douchegel. Laat het tot je doordringen.
  4. Heb je kleren aan? En nee, geen jogging of pyjama. Echte kleren, waar je mee buiten durft te komen? Jezelf aankleden hoeft maar 5 minuten te duren. Kies iets uit waar je je op andere dagen zelfzeker of mooi in voelt. Het kan helpen om dat gevoel terug op te roepen.
  5. Ben je vandaag al naar buiten gegaan? Zware lichaamsinspanning is niet nodig, maar gewoon een blokje rond wandelen zet je in beweging. Je hoeft niet ver te gaan. Zolang je je schoenen maar aantrekt en jezelf de kans geeft om even tussen de vier muren van je huis weg te gaan. Voel het licht, voel het wandelritme, kijk rond naar de wereld, merk de kleine dingen op (een bloemetje dat zich tussen de stoeptegels heeft gewrongen, een insect of vogel, een mens die een andere mens groet,…). Start met vijf minuten. Als je na vijf minuten echt terug wil, dan kan dat. Maar misschien voel je hoeveel deugd het je doet om buiten te zijn, en wil je toch wat langer wandelen. Wie weet kom je zo onverwachts wel aan je half uurtje bewegen per dag.
  6. Heb je al met iemand gesproken? Spreek iemand aan. Geef een compliment. Vraag hoe het met iemand gaat. Maak even écht contact met iemand. Kijk hem of haar in de ogen. Het kan helpen om je niet meer zo geïsoleerd of afgesneden te voelen.
  7. Heb je vandaag al met een levend wezen geknuffeld? Dat kan een vriend(in) zijn, maar net zo goed een huisdier, of het huisdier van een vriend(in). Aarzel niet om een knuffel te vragen. De meeste mensen en dieren zullen er net als jij van kunnen genieten. Door er om te vragen dring je jezelf niet op. De ander kan nog altijd ‘nee’ zeggen als het niet oké voelt.
  8. Ben je heel erg moe? Misschien heb je net een erg uitputtende of emotionele periode achter de rug, of zit je er nog middenin. Dan is het niet verwonderlijk dat je vermoeid bent. Probeer een goed dag-nacht-ritme aan te houden, met voldoende slaap, afhankelijk van wat je nodig hebt.
    Slapen overdag is toegestaan, maar zet misschien best je wekker op 30 minuten. Als je langer dan een half uur slaapt, kan je er juist nog suffer van worden. Een kort middagdutje kan echter verkwikkend werken. Ga ’s avonds op tijd slapen en zet alle schermen (pc, smartphone, tablet,…) uit. Lig je langer dan een half uur wakker? Sta dan op en ga iets anders doen. (Niet in bed zelf, maar op een andere plek. Je bed dient enkel om te slapen.) Probeer het na een half uur nog eens opnieuw.
  9. Heb je het gevoel dat je nergens toe in staat bent? Doe een heel klein klusje. Vervang de rol toiletpapier als die op is. Kijk even na welk weer het wordt de rest van de dag. Ga de bus leegmaken. Was één kop af. Doe één rondslingerend kledingstuk in de wasmand. Sommige dagen voel je je tot niet veel meer in staat. Maar telkens als je opstaat van je stoel kan je zo één klein klusje uitvoeren. Daardoor val je niet volledig stil. En je kan ervaren dat je nog altijd iets kan. Vandaag is het misschien maar een sok in de wasmand steken. Morgen doe je de hele was. En meer misschien.
  10. Neem je medicatie? Kijk goed na of je die wel regelmatig ingenomen hebt. Er bestaan doosjes die je kunnen helpen om de pilletjes per week klaar te zetten. Zo verklein je de kans dat je een dosis overslaat. Of misschien werd er onlangs iets aan je dosering veranderd? Bespreek hoe je je voelt met je psychiater. Misschien is de dosering of het product niet afgestemd op wat je nu nodig hebt.
  11. Staat er een afspraak met je hulpverlener gepland? Als je je echt ellendig voelt, wacht dan niet langer dan een week af. Neem contact op met je hulpverlener. Vraag eventueel een bijkomende, vervroegde afspraak. Als je nog geen hulp hebt, ga er dan naar op zoek. Er zijn verschillende diensten en personen waar je terechtkan. Wacht niet af tot het je allemaal teveel wordt.
    Neem contact op met iemand die je vertrouwt, of een dienst waar je vertrouwen in stelt.
    Voorbeelden zijn: je huisarts, je psycholoog, psychotherapeut of psychiater, het CAW, het JAC, het CGG, Tejo (voor jongeren), Tele-Onthaal (106), de Zelfmoordlijn (1813 of chat), ANBN (bij eetstoornissen),…

Heb jij nog vragen of tips die anderen kunnen helpen?
Wat helpt jou om de moeilijke momenten door te komen?

Kan je herstellen van een eetstoornis?

Herstellen van een eetstoornis doe je niet in 1-2-3. Dat gaat altijd met vallen en opstaan. In die zin is een “terugval” iets dat eigenlijk wel bij het herstelproces hoort. Het is niet zo dat je een behandeling van 20 sessies kan volgen en dat daarmee voor altijd je problemen opgelost zijn. Was het maar zo eenvoudig… 

Eetstoornissen hebben met zoveel verschillende factoren te maken en grijpen heel erg in in het (psychische) leven van mensen. Je moet ook elke dag minstens 3 keer eten, dus je wordt elke dag opnieuw geconfronteerd met het moeilijkste wat er is (of zo voelt het toch voor jou). Gemiddeld gesproken duurt het 7,5 jaar voor mensen met een eetstoornis herstellen, maar dat kan variëren van 6 maanden tot langer dan 30 jaar.

“Je kan op voorhand nooit weten hoelang het bij jou zal duren. Maar geef jezelf de tijd om jezelf beter te leren kennen en om met je problemen aan de slag te gaan. En maak er elke dag opnieuw het beste van. Leer uit je tegenslagen. Dat is de enige manier om vooruit te geraken, om aan je persoonlijke herstel te werken.” (tip van een ervaringsdeskundige)

Een metastudie van Steinhausen (2002) toont trouwens aan dat ongeveer 47% volledig herstelt van anorexia nervosa, 33% verbetert maar houdt problemen, en 20% blijft langdurig ziek (= langer dan 10 jaar). Een meta-analyse van 79 studies over boulimia nervosa toont vergelijkbare resultaten (Steinhausen, 2009): 45% herstelt, 27% verbetert en 23% blijft langdurig ziek.

Na verloop van tijd zal 5 à 8 % van de mensen met anorexia nervosa overlijden aan de gevolgen van de eetstoornis (1/3 door zelfdoding en 2/3 door lichamelijke complicaties). Dit verhoogde risico op vroegtijdig overlijden wordt merkwaardig genoeg niet teruggevonden bij boulimia nervosa.

Opnames in Vlaanderen in een hoog gespecialiseerde eetstoornisafdeling duren 3 maanden tot 6 maanden, maar voordien hebben mensen vaak al ambulante therapie gevolgd en na een opname is nog minstens een jaar nazorg nodig. In die periode leer je jezelf beter kennen, leer je kijken waar jij het moeilijk mee hebt en hoe je daar op een gezondere manier mee kan omgaan.

“Voor mij was opname een eerste confrontatie met mezelf. Het hielp om de structuur van mijn leven terug vast te krijgen. Maar na de opname heb ik nog veel werk gehad in therapie. Ik heb er geleerd mijn eigen ‘handleiding’ te schrijven. Wat zijn situaties die ik moeilijk vind? Waaraan kan ik merken dat het terug moeilijk gaat (hervalpreventie)? Wat en wie kan mij helpen om met die moeilijkheden om te gaan? Ik maakte zelfs een hele ‘hersteldoos’ met allerlei dingen in die voor mij helpend waren: een cd met liedjes om te huilen of om me juist op te peppen, een dagboek en een kleurboek, kaartjes met inspirerende quotes op, een afscheidsbrief aan mijn eetstoornis met daarin uitgelegd waarom ik zonder eetstoornis wou leven,…”

De meeste mensen met een eetstoornis worden ambulant begeleid (via therapie, diëtiste, huisarts,…) en slechts een klein deel daarvan wordt ooit opgenomen. Soms is 1 opname voldoende, maar soms hebben mensen ook meerdere opnames nodig.

We weten verder dat een grote groep van mensen naast een eetstoornis ook nog andere problemen heeft (vb. trauma, angststoornis, dwangstoornis, borderline kenmerken,…). Dit samen voorkomen van verschillende problemen noemen we ook wel eens comorbiditeit. Een Europees onderzoek van Preti en collega’s (2009) leerde ons dat comorbiditeit frequent voorkomt: 42,1% bij personen met anorexia nervosa, 69,4% bij personen met boulimia nervosa en 62,2% bij personen met een eetbuistoornis.

Dat maakt het hele verhaal nog eens extra ingewikkeld en het kan ervoor zorgen dat een behandeling langer duurt, omdat je verschillende probleemgebieden ruimte moet geven.

Zo heeft een van onze bezoekers meer dan 30 opnames achter de rug, ook in een gewoon ziekenhuis voor fysieke klachten (door de anorexia) en kortdurende opnames van vb. 2 weken op PAAZ-afdelingen, maar ook een aantal opnames op eetstoornisafdelingen. Zij heeft een langdurige eetstoornis en heeft intensieve opvolging nodig om het leven aan te blijven kunnen. Maar we kennen ook mensen die een half jaar therapie volgen en die daarmee voldoende tools mee krijgen zodat ze er weer zelf mee verder kunnen.

Zoek naar de hulp die jij nodig hebt op dit moment. En als je voelt dat wat je aangeboden krijgt niet past, zoek dan verder.

Probeer uit alles wat je aangeboden krijgt het beste te halen: soms betekent het dat je vb. in een opname een aantal werkvormen erbij moet nemen, ook al zijn die niet zo zinvol voor jou op dat moment. Zoek dan naar wat je eruit kan meenemen: dat kan bijvoorbeeld ook zijn dat je voor jezelf ziet dat je op dat ene thema al ver vooruit bent gegaan in het verleden, of dat je daar zelfs tips aan lotgenoten kan geven.

Tenslotte bleek uit het eerder vermelde Europese onderzoek van Preti en collega’s (2009) dat het aantal personen dat professionele hulp zoekt opvallend laag is! Slechts 35% zocht hulp bij anorexia nervosa, 48% bij boulimia nervosa en 30% bij de overige eetstoornissen.

Ik hoop dat mensen die nu nog twijfelen of ze wel hulp zouden inschakelen toch de stap durven zetten. Dat kan ook anoniem en zonder dat iemand je tot iets verplicht, vb. via het forum van de vereniging ANBN.

Maar je kan ook meteen professionele hulp zoeken. Lees er hier meer over.

 

 

Wat als je kind een eetstoornis heeft?

Zondag 13 september 2009. De dag waarop dochter Chloë overleed aan de gevolgen van anorexia nervosa van het gemengde type. Maandenlang had de zoektocht naar hulp geduurd. En net op het moment dat er een oplossing in zicht leek te komen, sloeg het noodlot staalhard toe. Er was geen ontkennen meer aan: de eetstoornis was Chloë fataal geworden. Vijf à acht procent van de personen die aan anorexia nervosa lijden overlijden aan de gevolgen ervan. Daarmee behoort anorexia tot de meest dodelijke psychiatrische stoornissen. Maar, eigenlijk had het niet zover mogen komen… Chloë was nog zo jong en ze had niet eens zo lang een eetstoornis. Maar maandenlange wachtlijsten, stroef lopende communicatie, teveel tijd tussen doorverwijzingen, onbegrip in de omgeving, een gebrek aan kennis, en een eetstoornis die niet altijd even zichtbaar was voor de buitenwereld,… waren allemaal aparte druppels die de emmer hebben doen overlopen. Zonder iemand persoonlijk met de vinger te willen wijzen, legt dit verhaal een aantal pijnpunten bloot waar zovele ouders tegenaan lopen. Heel wat ervaringen en gevoelens zullen herkenbaar zijn voor elke ouder of opvoeder die zich zorgen maakt om een kind met een eetstoornis.

In het boek ‘Help! Mijn kind heeft een eetstoornis’ lees je niet alleen over de ervaringen van het gezin waarin Chloë opgroeide, geschreven vanuit het perspectief van hun huisarts, Staf Henderickx. Daarnaast lees je in het stuk dat ik schreef ook wat ouders, opvoeders en andere betrokkenen bij een persoon met een eetstoornis kunnen doen. De afgelopen jaren hebben mensen mij zoveel verhalen verteld, dat het tijd werd om er iets mee te doen. Ik wou een stem geven aan de mensen die zelf hebben ervaren hoe het is om als familie betrokken te zijn op een kind met een eetstoornis: welke vragen komen er op je af, waar ben je bang voor, welke zorgen heb je, en… hoe ga je er dan mee om? Wat zijn dingen die je kunnen helpen? Waar kan je terecht voor hulp? Wat kan je leren uit de verhalen van andere familieleden van personen met een eetstoornis? Welke fasen zijn er eigenlijk in een herstelproces en hoe kan je steunend aanwezig zijn in die verschillende fasen?

Het boek werd speciaal geschreven voor alle ouders, opvoeders en leerkrachten die vermoeden dat een kind een eetstoornis heeft. Zij voelen zich vaak machteloos staan en hebben nood aan handvaten en informatie om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Maar het boek is ook geschreven voor (studenten en) hulpverleners die willen weten wat ouders en andere familieleden doormaken, welke vragen ze hebben, wat ze hopen en verwachten van een goede hulpverlening bij eetstoornissen. Wil je voorbereid zijn en mensen met een eetstoornis en hun naasten beter begrijpen? Dan is dit boek een goed startpunt! Je vindt er persoonlijke verhalen die verbonden worden met de meest recente inzichten over (hulp bij) eetstoornissen.

Op vrijdag 13 maart (opnieuw: vrijdag de 13de) stellen we in het Cultureel Centrum De Adelberg het boek voor aan het publiek. Je kan er een exemplaar aankopen en laten signeren. Vriendinnen van Chloë zorgen voor een prachtige muzikale omkadering. Het wordt een avond om stil van te worden, maar ook om uit te leren. Wat gebeurd is, kan niet ongedaan gemaakt worden. Maar we kunnen het ook niet meer vergeten, want we zullen het verhaal van Chloë delen. We delen het om andere ouders een hart onder de riem te steken, om hen te steunen in de zoektocht naar gepaste hulp, om hen terug te laten geloven in de alarmsignalen die zij zelf aanvoelen en waar ze misschien niet meer op durven vertrouwen, om hen op weg te zetten om samen (het hele gezin, maar ook de bredere context) te werken aan herstel.

LEES HIER DE UITNODIGING

Wil je graag een boek bestellen? Dat kan via BAAN Chloë. De opbrengst van het boek gaat naar deze vereniging, die zich inzet voor een betere aanpak van eetstoornissen bij minderjarigen.

10991353_798710506861326_4027063278046156901_n

Eetstoornissen en relaties: kan dat wel samen (goed) gaan?

psychologies“Een eetstoornis maakt dat je met drie in een relatie zit. De derde entiteit is een duivel. In het begin besef je dat niet.” (Selhorst, Psychologies Magazine, p. 93)

Karolien Selhorst schreef een uitgebreid artikel in de Vlaamse editie van Psychologies Magazine met als titel ‘Je relatie onder druk door een eetstoornis’. Het thema eetstoornissen ligt Karolien nauw aan het hart, omdat ze er zelf ervaring mee heeft.

Voor het artikel had Karolien een paar vragen aan me voorgelegd, o.a. om te weten te komen wat onderzoek ons kan vertellen over de impact van eetstoornissen op partners.

Als we spreken over eetstoornissen, dan denken heel wat mensen als eerste meteen aan jonge meisjes met anorexia. Maar dan vergeten we dat een grote groep personen met een eetstoornis volwassen is, en misschien ook wel een andere eetstoornis heeft dan anorexia (vb. boulimia of binge eating disorder). En waar we ook niet altijd aan denken, is dat heel wat mensen met een eetstoornis een partner hebben.

Wat weten we nu eigenlijk uit het onderzoek naar partnerrelaties en eetstoornissen?

Wanneer je iemand leert kennen en het klikt, dan is dat omdat je die persoon in zijn geheel graag hebt. Wat heel wat partners echter onderschatten is de impact die een eetstoornis kan hebben. In het begin is het moeilijk om dat echt goed in te schatten, want als je een eetstoornis hebt, vertel je doorgaans niet zomaar alles wat er in je opkomt aan gedachten en zorgen. De eetstoornis zit verborgen en het kan soms lang duren voor de venijnige kanten zich duidelijker op de voorgrond durven tonen. Maar na verloop van tijd wordt het toch duidelijker dat de eetstoornis (te)veel ruimte inneemt…

Partners kunnen daar heel verschillend op reageren, afhankelijk van wie ze zelf zijn en van wat ze zelf in hun leven hebben doorgemaakt of meegekregen. In grote (veralgemenende) lijnen merken onderzoekers dat een aantal verschillende patronen vaker voorkomt bij koppels waar één van de partners een eetstoornis heeft.

In sommige koppels is er een eerder vermijdende stijl. Er wordt niet echt gesproken over de eetstoornis, maar ook niet over andere dingen die tot een conflict kunnen leiden (vb. over het samen boodschappen doen, over gebrek aan intimiteit, over grote en kleine ergernissen).
In andere koppels zijn er juist frequent conflicten over dit soort thema’s. Vaak liggen gevoelens van machteloosheid, bezorgdheid en frustratie hier aan de basis. Want je wil een relatie met je partner, en niet met die verwoestende eetstoornis.

Concreet zien we ook dat partners soms de neiging hebben om de reddersrol op zich te nemen. Je maakt je zorgen en zou alles willen doen om je partner te helpen. Daar kan je soms erg ver in gaan. Zo ver, dat je er ook zelf onder gebukt gaat. Zorgen voor een partner met een eetstoornis kan even zwaar doorwegen als zorgen voor een partner met bijvoorbeeld kanker.

Enkele adviezen die mensen willen delen die zelf in de valkuil van de redder zijn gelopen:
– neem elke dag (minstens) een half uur de tijd voor jezelf
– maak afspraken over wat helpend kan zijn en wat voor jou haalbaar is
– maak voldoende tijd om samen dingen te blijven doen die niets te maken hebben met eten en gewicht, maak samen een wandeling, deel een hobby of passie, ga samen op bezoek bij vrienden,…
– blijf de persoon zien, naast de eetstoornis
– onthoud dat jij wel kan supporteren, kan zeggen en tonen wat je zo waardeert aan je partner, dat je tijd en ruimte kan geven, maar dat je partner een aantal dingen echt zelf moet doen. (Maar “zelf doen” is niet hetzelfde als “alleen doen”.)

Een andere mogelijke reactie is dat partners eigenlijk niet goed weten hoe ze hun partner kunnen ondersteunen. Soms veronderstellen partners dat het voldoende is als de persoon met een eetstoornis in therapie of opname gaat. Ze houden dan afstand, waardoor het kan lijken of ze niet geïnteresseerd zijn. Mijn ervaring is dat partners doorgaans helemaal niet zo ongevoelig of harteloos zijn, maar dat ze gewoon niet weten hoe te reageren en ook bang zijn om iets verkeerd te zeggen of te doen (“Ik weet echt niet meer wat ik nog mag zeggen. Er komt toch altijd ruzie van. Dus dan zwijg ik maar.”). 
Soms denken partners dat behandeling van een eetstoornis werkt zoals het behandelen van een fysiek probleem: de patiënt heeft een ziekte en de dokter behandelt die ziekte. Vanuit zo’n idee is het logisch dat het niet zo duidelijk is wat je als partner zou kunnen doen om te helpen bij het herstelproces. Toch zien we dat partners die zich informeren en die samen zoeken naar wat kan helpen zelf minder te lijden hebben onder de eetstoornis en daarnaast ook een sterke supporter kunnen worden.

Wil je nog meer weten? Lees dan het artikel, vanaf p.92 in Psychologies Magazine 😉
Of neem contact op met ANBN, waar je jouw vragen of zorgen kan delen met ervaringsdeskundigen.

IMG_3295

De kracht van “Stillen” in 9 kernwoorden

10982448_796941330371577_4326763285894866322_n

Human Concern organiseert Stillen @ Delft

Afgelopen vrijdag 6 februari trokken we met een paar vrijwilligers van ANBN op uitstap naar Delft. Daar organiseerde Human Concern de theatervoorstelling “Stillen“. Voor ons was het de ideale gelegenheid om een aantal van onze Nederlandse zusterverenigingen wat beter te leren kennen, om inspiratie te vinden en om ervaringen te delen. We hebben er kunnen praten met mensen van Stichting-JIJ, W-eet en Human Concern zelf.

1454611_796941363704907_7880194616839178511_nMaar boven alles keken we reikhalzend uit naar de voorstelling van Maartje Wikkerink. Zelf ervaringsdeskundige en hersteld van een eetstoornis gebruikt ze haar passie en talent voor theater en poppentheater om heel krachtig een beeld te schetsen van het leven met een eetstoornis, maar vooral ook van de weg naar herstel. Op 17 maart komt Stillen ook naar Vlaanderen, meer bepaald in Kortenberg. Ideaal voor iedereen die met eetstoornissen in aanraking komt. Of je nu zelf een eetstoornis hebt (gehad), of iemand in je omgeving kent, of zelf mensen met eetstoornissen op weg helpt naar herstel: deze voorstelling is zo sterk dat je het niet mag missen.

Waarom je ‘Stillen’ echt gezien moet hebben? Dat vertel ik je hieronder in 9 kernbegrippen.

  1. Levensecht
    Je merkt het door alles heen. Dit is geen “toneel over” eetstoornissen, maar een levensecht verhaal. Maartje verwerkt zowel persoonlijke ervaringen als verhalen van lotgenoten en dat merk je in de kleine voorbeelden, de woorden, de beelden,… Je voelt meteen dat wat je ziet authentiek is.
  2. Duidelijk
    Heel mooi om te merken is dat alles heel duidelijk wordt gebracht. Duidelijkheid in de opbouw van het verhaal, duidelijkheid in het innemen van verschillende perspectieven, duidelijkheid in haar woord- en taalgebruik. Om een voorbeeld te geven: omdat wellicht niet iedereen het woord automutilatie kent, legt Maartje het gewoon even uit. In haar eigen woorden. Net zoals het woord “herstel”. Onze woordenboek-vriend Van Dale heeft daar zo zijn mening over, maar Maartje helpt ons begrijpen dat herstellen niet betekent dat je terugkeert naar een vroegere goede toestand…
  3. Verdiepend
    Eigenlijk gaat het niet over eten. Dat kom je ook te weten tijdens de voorstelling. Je leert zien waar het dan wel om gaat. Je leert ook in vraag stellen of wat mensen tijdens een opname moeten doen (terug leren eten, volgens een schema) wel voldoende is. En als het niet genoeg is, wat heeft een mens dan nog meer nodig om te herstellen? Wat heeft een klein meisje of een kleine jongen nodig om echt zichzelf te kunnen worden? Om te mogen en durven groeien? Om UIT de angst te stappen en het leven IN te stappen?
  4. Genuanceerd
    In de voorstelling gaat het niet alleen over een hoofdpersonage met een eetstoornis. Het gaat ook over hoe vader, moeder en kleine zus de situatie beleven. Ook zij krijgen een stem, waardoor je als toeschouwer beseft dat je een eetstoornis nooit alleen hebt. Eigenlijk leven al die mensen rondom jou ook mee. Ze voelen zich machteloos, ze maken zich zorgen en ze begrijpen het allemaal niet zo goed.
    Verder is de voorstelling ook genuanceerd omdat er niet in afgezaagde zinsneden wordt gesproken, maar juist in sterke citaten, in een persoonlijke getuigenis waarin je aangegrepen wordt door wat herkenbaar en gelijkend is en waar tegelijk heel open ruimte blijft voor verschillende ervaringen. Elk levensverhaal en herstelverhaal is uniek. En dat wordt heel mooi gerespecteerd.
  5. Gevarieerd
    Je hoeft alvast geen schrik te hebben voor een ellenlange monoloog. Er wordt gewerkt met getekende poppen, met een videoprojectie, met bewegingen, met maskers, met verhalen en stemmetjes. Er is zoveel te zien en het is prachtig hoe de ruimte en het materiaal zo doelgericht en ingenieus gebruikt worden! Vervelen doe je je geen seconde!
  6. Zorgend
    Wat heel mooi is aan deze voorstelling is hoe er met veel zorg voor de toeschouwers over is nagedacht. Als er al iets gezegd zou worden dat triggerend kan zijn, dan wordt dat eigenlijk zelfs meteen geëxpliciteerd. Maar geen gewichten hier, geen massa voedsel op het podium om een eetbui in beeld te brengen, of een weegschaal om de strijd ermee te duiden. Maartje weet wel andere manieren te vinden om ons daarover te vertellen 😉
    Verder is het ook heel zorgend dat er ruimte gemaakt wordt voor nabespreking. Zo’n verhaal horen kan heel wat met je doen. Zeker als je zelf nog in je eetstoornis zit, of als een familielid, partner of vriend(in) een eetstoornis heeft. Daarover mogen praten en je vragen mogen stellen kan zoveel deugd doen. Het kan de deur openzetten naar meer openheid en zo naar meer hulp.
  7. Hoopgevend
    Ze straalt! Ze heeft energie! Ze ziet er leuk en gelukkig en helemaal zichzelf uit! En ja, ze heeft haar eetstoornis overwonnen. Geen betere manier om anderen hoop te geven dan zelf een positief voorbeeld te zijn en je verhaal te delen!
  8. Sterk
    Je verhaal vertellen. Op een podium. Vol mensen die zelf verdomd goed weten waarover je spreekt en daardoor misschien zelfs wel heel kritisch kunnen zijn. Dat vraagt moed. Daarom vind ik het heel sterk van Maartje, wat ze gemaakt heeft en hoe ze alles wat ze heeft ervaren heeft gekneed en gevormd tot een sterkte, tot een kracht, tot een vorm waarin ze haar talent met de wereld kan delen!
  9. Motiverend
    Net doordat het verhaal zo hoopgevend is en de actrice zo sterk is en staat te stralen kan je niet anders dan naar huis gaan met het gevoel dat er hoop is. Dat er verandering en beterschap en herstel mogelijk is. Ik hoop alvast dat iedereen die de voorstelling gaat bekijken dit met zich kan meedragen: een vlammetje van hoop, een vooruitzicht van “wat hierna misschien allemaal mogelijk is”. Want ja, om te herstellen (of iemand daarbij te helpen) heb je hoop en perspectief nodig. Je hebt iets nodig waar je voor wil blijven leven, iets wat je zoveel kracht geeft dat je je grootste angst onder ogen durft te komen.

Heb je ook interesse om deze voorstelling eens te zien?
Op dinsdag 17 maart komt Stillen naar Kortenberg! Bekijk hier het programma en lees meer over waar en wanneer het doorgaat en hoe je kan inschrijven.

De andere speeldata kan je hier terugvinden.

En hier nog een klein voorsmaakje, om je eerste honger naar de voorstelling alvast te ‘stillen’ 😉

Stillen is een initiatief van Stichting Theater, Zorg en Welzijn / Kracht van Beleving;  een theaterbureau gespecialiseerd in voorstellingen die publiek laten zien en ervaren hoe (lichamelijke, geestelijke of verstandelijke) beperkingen een mensenleven beïnvloeden en  die stigmatisering  willen bestrijden. Voor informatie over en boekingen van deze en andere voorstellingen, zie  www.krachtvanbeleving.nl. Volg Stillen ook via Facebook.