Categoriearchief: tip

Stappen naar herstel

Wat zou voor jou een volgende stap kunnen zijn richting herstel?

Het antwoord op die vraag zal voor iedereen anders zijn. Het is ook afhankelijk van de fase van herstel waarin je zit.

checking_out_the_view_150_clr_13698

Sommige mensen hebben nog maar net voor zichzelf ontdekt dat ze heel erg in de knoop zitten met zichzelf, en dat dat zich uit in een verstoord eetpatroon en soms nog heel andere problemen.

Andere mensen hebben misschien al een heel traject achter de rug en hebben al heel wat inzichten in zichzelf en hun patronen verworven. Toch merken ze dat inzicht alleen niet voldoende is. Maar wat is er dan nog méér nodig, om de eetstoornis onder de knoet te krijgen?

Nog andere mensen zijn misschien nog zoekend naar wat er precies aan de hand is met hen. Misschien voel je wel aan dat het niet goed met je gaat, maar weet je niet waarom dat zo is. Lastige situatie, want onduidelijkheid brengt onrust. Een aantal dingen voor jezelf op een rijtje zetten, een paar boeken lezen over vb. eetstoornissen en aanverwante thema’s (vb. angst, piekeren, depressie, post-traumatische stress, dwang, perfectionisme, zelfvertrouwen, lichaamsbeleving,…) kunnen je misschien al wat punten van herkenning geven. Het kan zinvol zijn om de dingen die je herkent op kleine briefjes (post-its) te noteren. Nadien zou je er een collage van kunnen maken, waarbij je dingen die verband houden met elkaar kan groepen en waarbij je eventueel met pijlen kan aangeven wat volgens jou samenhangt met elkaar (vb. jezelf weinig waard voelen en daardoor van jezelf vinden dat je op dieet moet of dat je geen toetje mag of niet teveel mag stilzitten, want misschien vind je van jezelf dat je rust moet verdienen).

Hieronder vind je alvast nog een paar andere mogelijke stappen die je zou kunnen zetten, op weg naar herstel. Aarzel niet om contact op te nemen met onze vrijwilligers om te vragen hoe je zoiets best zou aanpakken, wat je kan verwachten, welke woorden je best wel/niet gebruikt,…

  • Iemand in vertrouwen nemen, vb. door een brief of mail te sturen, of door een gesprek met iemand aan te gaan waarin je aangeeft dat je het moeilijk hebt en wel wat steun kan gebruiken.
  • Jezelf informeren over eetstoornissen, over de signalen en kenmerken, maar ook over de gevolgen én hulpmogelijkheden.
  • Als je iemand bent die veel nadenkt en veel inzichten heeft, maar toch qua gevoel nog vaak tegen hindernissen aan loopt, dan kan een ervaringsweek wel iets voor jou zijn! Op maandag 25 januari kan je daarover meer te weten komen in het Inloophuis
  • Neem een groot blad papier (of de achterkant van een poster of affiche die je toch niet meer gebruikte): schrijf daarop alle activiteiten (minstens 10) waar jij een gelukkig, vrij, ontspannen, opgewekt, opgelucht,… gevoel van krijgt. Elke keer als je een moeilijk moment hebt (vb. je voelt een eetbui opkomen, of je twijfelt of je iets wel/niet zou durven eten) probeer je eerst minstens 1 van die dingen van jouw lijst uit. We weten dat het mensen helpt om hun aandacht even te verleggen van lastige gevoelens of overheersende gedachten naar een activiteit die hen deugd doet, omdat je leert om je aandacht terug op iets anders te focussen in plaats van mee te gaan in wat op dat moment al je aandacht opslorpt. 
  • Daarnaast kan het soms ook gewoon handig zijn om op zo’n lastige momenten je dagboek erbij te nemen en een piekerkwartiertje in te lassen: in zo’n kwartier mag je alles neerschrijven wat er op dat moment door je heen gaat. Nadien doe je je piekerboek terug dicht en doe je iets ontspannend (of ga weg uit de ruimte waar de negativiteit of spanning “in de lucht hangt”).
  • Nog een andere optie is om de gevoelens er gewoon te “laten zijn”. We hebben vaak de neiging om lastige gevoelens snel “weg” te willen maken. Maar het zijn eigenlijk maar gewoon gevoelens en gedachten. Die kunnen ons niet écht pijn doen. We hoeven er ook niet naar te handelen, als ze opkomen. Maar we kunnen er wel naar kijken en we kunnen ook proberen te begrijpen wat die gevoelens willen zeggen. Misschien geven ze wel een (alarm)signaal dat we heel serieus moeten nemen. Bijvoorbeeld omdat er iemand over onze grens gaat en we dat echt niet willen. Dan mag je ernaar luisteren en is het prima mogelijk om “nee” te zeggen! Veel beter dan jezelf te verliezen in een eetbui, in automutilatie, of in jezelf uithongeren omdat je boos bent op jezelf omdat je niet trouw durfde zijn aan jezelf (of een andere reden). Of misschien is een gevoel een gevolg van een patroon dat je vroeger hebt aangeleerd, als een soort overlevingsmechanisme. Het is best mogelijk dat je jezelf vb. heel klein gaat maken (door jezelf onderuit te halen in negatieve gedachten) wanneer iemand net een snerende opmerking heeft gemaakt. Vroeger was dat misschien de veiligste reactie, omdat je als kind niet op kon tegen de grote en sterkere volwassene. Maar nu je zelf groter bent, kan je luisteren naar de reactie van dat kleine kind, er met zorg naar kijken en horen dat je je gekleineerd voelt en aangeven dat het niet oké is, dat zo’n opmerking niet respectvol is en dat je het waard bent om op een volwassen en respectvolle manier toegesproken te worden. 
  • Toch maar eens die telefoon nemen om een afspraak te maken bij een diëtist, psycholoog en/of psychiater, of voor een eerste gesprek om je te informeren over opname- en behandelmogelijkheden (en onthoud: een gesprek aanvragen hoeft niet te betekenen dat je al meteen “ja” zegt tegen een opname – maar als je meer informatie hebt, kan je wel een meer overwogen keuze maken ;-))
  • Een lijst maken van de dingen die voor jou écht heel belangrijk zijn in het leven. 
    Kijk nadien of die lijst overeenkomt met de tijd die je op een week spendeert aan verschillende domeinen in je leven. Zitten er grote verschillen tussen? Misschien kan je dan één actie voor jezelf uitkiezen om alvast een kleine stap dichter te komen bij een leven dat meer in overeenstemming komt met wie je écht bent en wat jij écht belangrijk vindt (want geeft toe, van vermageren of diëten of eetbuien houden gaat je hart doorgaans niet sneller slaan…)

magnify_those_footsteps_150_clr_13202 Wat zou voor jou een volgende stap kunnen zijn richting herstel?

57 bouwstenen om te herstellen

Op Buzzfeed verscheen een paar dagen geleden een boeiend overzicht van Rebolini en Varner met 57 dingen die mensen als helpend hebben ervaren tijdens hun herstelproces. Je zou het ook wel kunnen zien als bouwstenen, waarmee elke persoon zijn eigen ‘herstelmuur’ kan opbouwen, een muur met post-its op om je eraan te herinneren wat je ook alweer kan doen om te werken aan je herstel.

herstelmuur

Enkele herkenbare dingen die ook mij geholpen hebben tijdens mijn herstelproces:

  • het delen van je beleving met dierbaren en je openstellen voor anderen (1 & 2)
  • triggers leren herkennen en leren vermijden, of er op een andere manier op leren reageren (3)
  • maaltijden terug tot een sociale activiteit maken (4), zodat je bezig bent met aandacht schenken aan de mensen waarin je geïnteresseerd bent en niet alleen in wat er op je bord ligt
  • paying it forward (7): de steun die ik kreeg van lotgenoten die ik ontmoette op het forum van ANBN heeft me erg geholpen (18). Nu zet ik me zelf in (o.a. via ANBN) om anderen ook de kans te geven om te ervaren wat de kracht van lotgenotencontact kan zijn.
  • in therapie blijven en doorzetten (8): juist wanneer je denkt dat je ermee wil kappen, dat het nu echt wel lang genoeg geduurd heeft of dat het allemaal geen zin meer heeft is het belangrijk om vol te houden, om je zorgen uit te spreken en op zoek te gaan naar ‘waar loop ik van weg’ of ‘wat heb ik nu nodig’ (en soms kan dat ‘iets anders’ zijn, maar soms is het ook ‘het gesprek aangaan’ in plaats van ervan weg te lopen). Leren (durven) spreken over de geheimen die je meedraagt, hoe eng of beschamend zelfs het idee alleen al is om de woorden uit te spreken. Delen doet helen (43).
  • doelen of waarden vinden in je leven waar je het écht allemaal voor over hebt (10): een job vinden waarin ik anderen kan helpen om zichzelf (terug) te vinden, om te groeien, om van elkaar te leren,… (37) Of een partner ontmoeten waar je dolgraag de rest van je leven en vele avonturen mee wil beleven. Een doel voor ogen hebben helpt te relativeren en houdt je focus gericht op wat essentieel voor je is, vooral op dagen dat Meneer Murphy je komt opzoeken en het lijkt alsof je voor het ongeluk geboren bent.
  • een huisdier nemen (12): een huisdier oordeelt niet over je uiterlijk, het enige dat telt is dat je aandacht, liefde en eten geeft. En af en toe de kattenbak reinigt. Dat ook ja.
  • iemand hebben die je heel erg vertrouwt en waar je bij terecht kan op moeilijke momenten (14) en als je zo meerdere personen kan vinden, is dat des te beter, heb ik gemerkt. Want dan kan je afwisselen en hoef je je minder zorgen te maken over het belasten van je vrienden. (En dat op tijd en stond eens navragen kan ook geen kwaad, al was het om de stem van je innerlijke criticus, dat je ‘een last’ bent, het zwijgen op te leggen.)
  • jezelf uiten in een oordeel-vrije omgeving, door te tekenen (21), te bewegen, te schrijven (39),…
  • jezelf afleiden op lastige momenten (23): wat mij helpt is de natuur in gaan en daar bewust focussen op wat er te zien is, de blaadjes, het gras, de vorm van een steen, de kleur van een kikker, de geur van vers gemaaid gras of herfstige bladeren,… (43)
  • toelaten dat het ook wel eens wat minder kan gaan (26), in plaats van jezelf daarvoor volledig afbreken en de grond in boren. Mild zijn voor jezelf dus.
  • iets in je handen nemen om te haken of te breien (27): niet alleen een goede techniek om het gesnoep tegen te gaan, maar het levert voor vrienden vaak ook nog eens leuke cadeaus op, zoals een gebreide sjaal of een gehaakt diertje
  • muziek vinden die bij je gevoel past, die je kan oppeppen of juist kan helpen om vb. verdriet toe te laten (29)
  • kiezen voor de mensen die je energie geven, of die je mee wil nemen op je levensweg en afscheid nemen van mensen die je niet mee op reis wil hebben (42)
  • en voor mij nog een 58ste tip: zorg voor regelmaat in je leven. Regelmatig eten, slapen, jezelf verzorgen, werken, ontspannen, tijd nemen voor vrienden en huisdieren, bewegen,…

Wat zijn voor jou bouwstenen voor herstel?

11 vragen bij moeilijke momenten

Jim Nix, creative commens license

Jim Nix, creative commens license

Wanneer je een moeilijke periode doormaakt kan het lijken alsof alles tegenzit. Misschien heb je wel de angst of de bezorgdheid dat het allemaal teveel wordt of dat je het leven niet meer in handen hebt. Op zo’n frustrerende of uitzichtloze momenten kan je kleine dingen proberen die een groot verschil kunnen maken. Het verschil tussen volhouden en opgeven.

Hieronder deel ik een aantal vragen die voor mezelf in het verleden al zinvol bleken.
Misschien kunnen ze ook jou helpen om vol te houden.

  1. Heb je vandaag al gedronken? Indien niet, drink dan wat. Dehydratatie is een belangrijke oorzaak van hoofdpijn, maar soms word je er ook prikkelbaar en futloos door.
  2. Heb je de afgelopen 4 uur al iets gegeten? Indien niet, eet dan wat. Kies eerder voor een gezonde snack (zoals een yoghurtje, een handvol noten, een stuk fruit, een boterham) dan voor een snack boordevol suikers en vetten (vb. snoepreep). Soms heeft je lichaam nood aan energie, energie die oké is voor je gevoel.
  3. Heb je jezelf vandaag al gewassen? Indien niet, neem een douche of een bad. Wat voor jou het aangenaamste is. Jezelf wassen kan je hoofd helpen opklaren en kan helpen om terug in contact te komen met je lichaam. Voel hoe het water je lichaam verwarmt, of net afkoelt. Voel hoe je spieren zich ontspannen. Voel de douchestralen op je hoofdhuid. Ruik de geur van de shampoo of douchegel. Laat het tot je doordringen.
  4. Heb je kleren aan? En nee, geen jogging of pyjama. Echte kleren, waar je mee buiten durft te komen? Jezelf aankleden hoeft maar 5 minuten te duren. Kies iets uit waar je je op andere dagen zelfzeker of mooi in voelt. Het kan helpen om dat gevoel terug op te roepen.
  5. Ben je vandaag al naar buiten gegaan? Zware lichaamsinspanning is niet nodig, maar gewoon een blokje rond wandelen zet je in beweging. Je hoeft niet ver te gaan. Zolang je je schoenen maar aantrekt en jezelf de kans geeft om even tussen de vier muren van je huis weg te gaan. Voel het licht, voel het wandelritme, kijk rond naar de wereld, merk de kleine dingen op (een bloemetje dat zich tussen de stoeptegels heeft gewrongen, een insect of vogel, een mens die een andere mens groet,…). Start met vijf minuten. Als je na vijf minuten echt terug wil, dan kan dat. Maar misschien voel je hoeveel deugd het je doet om buiten te zijn, en wil je toch wat langer wandelen. Wie weet kom je zo onverwachts wel aan je half uurtje bewegen per dag.
  6. Heb je al met iemand gesproken? Spreek iemand aan. Geef een compliment. Vraag hoe het met iemand gaat. Maak even écht contact met iemand. Kijk hem of haar in de ogen. Het kan helpen om je niet meer zo geïsoleerd of afgesneden te voelen.
  7. Heb je vandaag al met een levend wezen geknuffeld? Dat kan een vriend(in) zijn, maar net zo goed een huisdier, of het huisdier van een vriend(in). Aarzel niet om een knuffel te vragen. De meeste mensen en dieren zullen er net als jij van kunnen genieten. Door er om te vragen dring je jezelf niet op. De ander kan nog altijd ‘nee’ zeggen als het niet oké voelt.
  8. Ben je heel erg moe? Misschien heb je net een erg uitputtende of emotionele periode achter de rug, of zit je er nog middenin. Dan is het niet verwonderlijk dat je vermoeid bent. Probeer een goed dag-nacht-ritme aan te houden, met voldoende slaap, afhankelijk van wat je nodig hebt.
    Slapen overdag is toegestaan, maar zet misschien best je wekker op 30 minuten. Als je langer dan een half uur slaapt, kan je er juist nog suffer van worden. Een kort middagdutje kan echter verkwikkend werken. Ga ’s avonds op tijd slapen en zet alle schermen (pc, smartphone, tablet,…) uit. Lig je langer dan een half uur wakker? Sta dan op en ga iets anders doen. (Niet in bed zelf, maar op een andere plek. Je bed dient enkel om te slapen.) Probeer het na een half uur nog eens opnieuw.
  9. Heb je het gevoel dat je nergens toe in staat bent? Doe een heel klein klusje. Vervang de rol toiletpapier als die op is. Kijk even na welk weer het wordt de rest van de dag. Ga de bus leegmaken. Was één kop af. Doe één rondslingerend kledingstuk in de wasmand. Sommige dagen voel je je tot niet veel meer in staat. Maar telkens als je opstaat van je stoel kan je zo één klein klusje uitvoeren. Daardoor val je niet volledig stil. En je kan ervaren dat je nog altijd iets kan. Vandaag is het misschien maar een sok in de wasmand steken. Morgen doe je de hele was. En meer misschien.
  10. Neem je medicatie? Kijk goed na of je die wel regelmatig ingenomen hebt. Er bestaan doosjes die je kunnen helpen om de pilletjes per week klaar te zetten. Zo verklein je de kans dat je een dosis overslaat. Of misschien werd er onlangs iets aan je dosering veranderd? Bespreek hoe je je voelt met je psychiater. Misschien is de dosering of het product niet afgestemd op wat je nu nodig hebt.
  11. Staat er een afspraak met je hulpverlener gepland? Als je je echt ellendig voelt, wacht dan niet langer dan een week af. Neem contact op met je hulpverlener. Vraag eventueel een bijkomende, vervroegde afspraak. Als je nog geen hulp hebt, ga er dan naar op zoek. Er zijn verschillende diensten en personen waar je terechtkan. Wacht niet af tot het je allemaal teveel wordt.
    Neem contact op met iemand die je vertrouwt, of een dienst waar je vertrouwen in stelt.
    Voorbeelden zijn: je huisarts, je psycholoog, psychotherapeut of psychiater, het CAW, het JAC, het CGG, Tejo (voor jongeren), Tele-Onthaal (106), de Zelfmoordlijn (1813 of chat), ANBN (bij eetstoornissen),…

Heb jij nog vragen of tips die anderen kunnen helpen?
Wat helpt jou om de moeilijke momenten door te komen?

Kan je herstellen van een eetstoornis?

Herstellen van een eetstoornis doe je niet in 1-2-3. Dat gaat altijd met vallen en opstaan. In die zin is een “terugval” iets dat eigenlijk wel bij het herstelproces hoort. Het is niet zo dat je een behandeling van 20 sessies kan volgen en dat daarmee voor altijd je problemen opgelost zijn. Was het maar zo eenvoudig… 

Eetstoornissen hebben met zoveel verschillende factoren te maken en grijpen heel erg in in het (psychische) leven van mensen. Je moet ook elke dag minstens 3 keer eten, dus je wordt elke dag opnieuw geconfronteerd met het moeilijkste wat er is (of zo voelt het toch voor jou). Gemiddeld gesproken duurt het 7,5 jaar voor mensen met een eetstoornis herstellen, maar dat kan variëren van 6 maanden tot langer dan 30 jaar.

“Je kan op voorhand nooit weten hoelang het bij jou zal duren. Maar geef jezelf de tijd om jezelf beter te leren kennen en om met je problemen aan de slag te gaan. En maak er elke dag opnieuw het beste van. Leer uit je tegenslagen. Dat is de enige manier om vooruit te geraken, om aan je persoonlijke herstel te werken.” (tip van een ervaringsdeskundige)

Een metastudie van Steinhausen (2002) toont trouwens aan dat ongeveer 47% volledig herstelt van anorexia nervosa, 33% verbetert maar houdt problemen, en 20% blijft langdurig ziek (= langer dan 10 jaar). Een meta-analyse van 79 studies over boulimia nervosa toont vergelijkbare resultaten (Steinhausen, 2009): 45% herstelt, 27% verbetert en 23% blijft langdurig ziek.

Na verloop van tijd zal 5 à 8 % van de mensen met anorexia nervosa overlijden aan de gevolgen van de eetstoornis (1/3 door zelfdoding en 2/3 door lichamelijke complicaties). Dit verhoogde risico op vroegtijdig overlijden wordt merkwaardig genoeg niet teruggevonden bij boulimia nervosa.

Opnames in Vlaanderen in een hoog gespecialiseerde eetstoornisafdeling duren 3 maanden tot 6 maanden, maar voordien hebben mensen vaak al ambulante therapie gevolgd en na een opname is nog minstens een jaar nazorg nodig. In die periode leer je jezelf beter kennen, leer je kijken waar jij het moeilijk mee hebt en hoe je daar op een gezondere manier mee kan omgaan.

“Voor mij was opname een eerste confrontatie met mezelf. Het hielp om de structuur van mijn leven terug vast te krijgen. Maar na de opname heb ik nog veel werk gehad in therapie. Ik heb er geleerd mijn eigen ‘handleiding’ te schrijven. Wat zijn situaties die ik moeilijk vind? Waaraan kan ik merken dat het terug moeilijk gaat (hervalpreventie)? Wat en wie kan mij helpen om met die moeilijkheden om te gaan? Ik maakte zelfs een hele ‘hersteldoos’ met allerlei dingen in die voor mij helpend waren: een cd met liedjes om te huilen of om me juist op te peppen, een dagboek en een kleurboek, kaartjes met inspirerende quotes op, een afscheidsbrief aan mijn eetstoornis met daarin uitgelegd waarom ik zonder eetstoornis wou leven,…”

De meeste mensen met een eetstoornis worden ambulant begeleid (via therapie, diëtiste, huisarts,…) en slechts een klein deel daarvan wordt ooit opgenomen. Soms is 1 opname voldoende, maar soms hebben mensen ook meerdere opnames nodig.

We weten verder dat een grote groep van mensen naast een eetstoornis ook nog andere problemen heeft (vb. trauma, angststoornis, dwangstoornis, borderline kenmerken,…). Dit samen voorkomen van verschillende problemen noemen we ook wel eens comorbiditeit. Een Europees onderzoek van Preti en collega’s (2009) leerde ons dat comorbiditeit frequent voorkomt: 42,1% bij personen met anorexia nervosa, 69,4% bij personen met boulimia nervosa en 62,2% bij personen met een eetbuistoornis.

Dat maakt het hele verhaal nog eens extra ingewikkeld en het kan ervoor zorgen dat een behandeling langer duurt, omdat je verschillende probleemgebieden ruimte moet geven.

Zo heeft een van onze bezoekers meer dan 30 opnames achter de rug, ook in een gewoon ziekenhuis voor fysieke klachten (door de anorexia) en kortdurende opnames van vb. 2 weken op PAAZ-afdelingen, maar ook een aantal opnames op eetstoornisafdelingen. Zij heeft een langdurige eetstoornis en heeft intensieve opvolging nodig om het leven aan te blijven kunnen. Maar we kennen ook mensen die een half jaar therapie volgen en die daarmee voldoende tools mee krijgen zodat ze er weer zelf mee verder kunnen.

Zoek naar de hulp die jij nodig hebt op dit moment. En als je voelt dat wat je aangeboden krijgt niet past, zoek dan verder.

Probeer uit alles wat je aangeboden krijgt het beste te halen: soms betekent het dat je vb. in een opname een aantal werkvormen erbij moet nemen, ook al zijn die niet zo zinvol voor jou op dat moment. Zoek dan naar wat je eruit kan meenemen: dat kan bijvoorbeeld ook zijn dat je voor jezelf ziet dat je op dat ene thema al ver vooruit bent gegaan in het verleden, of dat je daar zelfs tips aan lotgenoten kan geven.

Tenslotte bleek uit het eerder vermelde Europese onderzoek van Preti en collega’s (2009) dat het aantal personen dat professionele hulp zoekt opvallend laag is! Slechts 35% zocht hulp bij anorexia nervosa, 48% bij boulimia nervosa en 30% bij de overige eetstoornissen.

Ik hoop dat mensen die nu nog twijfelen of ze wel hulp zouden inschakelen toch de stap durven zetten. Dat kan ook anoniem en zonder dat iemand je tot iets verplicht, vb. via het forum van de vereniging ANBN.

Maar je kan ook meteen professionele hulp zoeken. Lees er hier meer over.

 

 

Wat als je kind een eetstoornis heeft?

Zondag 13 september 2009. De dag waarop dochter Chloë overleed aan de gevolgen van anorexia nervosa van het gemengde type. Maandenlang had de zoektocht naar hulp geduurd. En net op het moment dat er een oplossing in zicht leek te komen, sloeg het noodlot staalhard toe. Er was geen ontkennen meer aan: de eetstoornis was Chloë fataal geworden. Vijf à acht procent van de personen die aan anorexia nervosa lijden overlijden aan de gevolgen ervan. Daarmee behoort anorexia tot de meest dodelijke psychiatrische stoornissen. Maar, eigenlijk had het niet zover mogen komen… Chloë was nog zo jong en ze had niet eens zo lang een eetstoornis. Maar maandenlange wachtlijsten, stroef lopende communicatie, teveel tijd tussen doorverwijzingen, onbegrip in de omgeving, een gebrek aan kennis, en een eetstoornis die niet altijd even zichtbaar was voor de buitenwereld,… waren allemaal aparte druppels die de emmer hebben doen overlopen. Zonder iemand persoonlijk met de vinger te willen wijzen, legt dit verhaal een aantal pijnpunten bloot waar zovele ouders tegenaan lopen. Heel wat ervaringen en gevoelens zullen herkenbaar zijn voor elke ouder of opvoeder die zich zorgen maakt om een kind met een eetstoornis.

In het boek ‘Help! Mijn kind heeft een eetstoornis’ lees je niet alleen over de ervaringen van het gezin waarin Chloë opgroeide, geschreven vanuit het perspectief van hun huisarts, Staf Henderickx. Daarnaast lees je in het stuk dat ik schreef ook wat ouders, opvoeders en andere betrokkenen bij een persoon met een eetstoornis kunnen doen. De afgelopen jaren hebben mensen mij zoveel verhalen verteld, dat het tijd werd om er iets mee te doen. Ik wou een stem geven aan de mensen die zelf hebben ervaren hoe het is om als familie betrokken te zijn op een kind met een eetstoornis: welke vragen komen er op je af, waar ben je bang voor, welke zorgen heb je, en… hoe ga je er dan mee om? Wat zijn dingen die je kunnen helpen? Waar kan je terecht voor hulp? Wat kan je leren uit de verhalen van andere familieleden van personen met een eetstoornis? Welke fasen zijn er eigenlijk in een herstelproces en hoe kan je steunend aanwezig zijn in die verschillende fasen?

Het boek werd speciaal geschreven voor alle ouders, opvoeders en leerkrachten die vermoeden dat een kind een eetstoornis heeft. Zij voelen zich vaak machteloos staan en hebben nood aan handvaten en informatie om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Maar het boek is ook geschreven voor (studenten en) hulpverleners die willen weten wat ouders en andere familieleden doormaken, welke vragen ze hebben, wat ze hopen en verwachten van een goede hulpverlening bij eetstoornissen. Wil je voorbereid zijn en mensen met een eetstoornis en hun naasten beter begrijpen? Dan is dit boek een goed startpunt! Je vindt er persoonlijke verhalen die verbonden worden met de meest recente inzichten over (hulp bij) eetstoornissen.

Op vrijdag 13 maart (opnieuw: vrijdag de 13de) stellen we in het Cultureel Centrum De Adelberg het boek voor aan het publiek. Je kan er een exemplaar aankopen en laten signeren. Vriendinnen van Chloë zorgen voor een prachtige muzikale omkadering. Het wordt een avond om stil van te worden, maar ook om uit te leren. Wat gebeurd is, kan niet ongedaan gemaakt worden. Maar we kunnen het ook niet meer vergeten, want we zullen het verhaal van Chloë delen. We delen het om andere ouders een hart onder de riem te steken, om hen te steunen in de zoektocht naar gepaste hulp, om hen terug te laten geloven in de alarmsignalen die zij zelf aanvoelen en waar ze misschien niet meer op durven vertrouwen, om hen op weg te zetten om samen (het hele gezin, maar ook de bredere context) te werken aan herstel.

LEES HIER DE UITNODIGING

Wil je graag een boek bestellen? Dat kan via BAAN Chloë. De opbrengst van het boek gaat naar deze vereniging, die zich inzet voor een betere aanpak van eetstoornissen bij minderjarigen.

10991353_798710506861326_4027063278046156901_n