Optische illusies

Als zien geloven wordt: hoe een eetstoornis je werkelijkheid vervormt

Als psycholoog vind ik het bijzonder boeiend om kennis uit de psychologie te gebruiken om beter te begrijpen waarom mensen (niet) doen wat ze doen. Zo is er iets fascinerends – en tegelijk verontrustends – aan optische illusies. Zelfs wanneer je weet dat twee lijnen even lang zijn, blijven je ogen je iets anders vertellen. Je brein houdt vast aan zijn interpretatie, alsof het zegt: dit is wat ik zie, dus dit is wat waar is.

Dat principe – dat perceptie geen objectieve spiegel is, maar een interpretatie – wordt pijnlijk tastbaar bij een eetstoornis.

Tunnelvisie

In het begin van een eetstoornis zit je vaak diep in de ‘ontkenningsfase’. Niet op een bewuste, koppige manier, maar eerder omdat je simpelweg niet ziet wat er aan de hand is. Je leeft in een soort tunnel, die je het zicht op stukken van de realiteit belemmert.

Je denkt misschien “Ik ben gewoon bezig met gezond eten, ik heb dit onder controle, mensen overdrijven.

Maar ondertussen gebeurt er van alles. Je wereld wordt kleiner. Je gedachten draaien steeds vaker rond eten, controle, cijfers, uiterlijk. Gesprekken voelen minder interessant. Spontaniteit verdwijnt. Maar van binnen voelt het niet echt alsof je zoveel “verandert” – het voelt alsof je gewoon logischer, gedisciplineerder of bewuster wordt. Je leeft ook nog eens elke dag met jezelf, waardoor kleine verschuivingen nauwelijks opvallen. Daarom is het ook logisch dat mensen die je al een poosje niet meer gezien hebben wél opmerken dat er iets aan jou veranderd is: ze kunnen beter het verschil opmerken.

Net zoals bij een optische illusie: je perceptie voelt echt, dus je twijfelt er niet aan.

Achteraf zie je het pas

Het vreemde – en vaak confronterende – is dat het inzicht meestal pas achteraf komt. Denk aan momenten waarop je oude foto’s terugziet, dagboekfragmenten herleest of berichten van anderen opnieuw bekijkt. Dan kan het plots heel duidelijk worden.

Je ziet misschien iemand die gespannen of afwezig kijkt, alleen nog bezig lijkt met controle, die niet echt gelukkig was en weinig sprankeling in de ogen had… En je denkt: Hoe heb ik dit niet gezien?

Maar dat is precies het punt: je kon het niet zien.

Net zoals je een illusie niet “uit” kunt zetten door er anders naar te kijken, kon jij toen niet buiten je eigen perceptie stappen.

Ons brein is een verhalenverteller

Ons brein is geen camera, maar een verhalenverteller. Je (selectieve) aandacht filtert informatie, benadrukt bepaalde aandachtspunten en interpreteert wat belangrijk is voor jou, of wat gevaarlijk is en wat meer aandacht verdient.

Bij een eetstoornis raakt dat perceptiesysteem ontregeld. Het legt overdreven nadruk op je gewicht, je uiterlijk, hoe je denkt over te komen op anderen, je prestaties, en hoe je daarover controle kan krijgen. En het vervormt dus ook signalen die daar niet in passen. Je wil niet horen dat anderen zich zorgen maken.

Daardoor ontstaat een realiteit die consistent voelt van binnen, maar vervormd is als je er van buitenaf naar kijkt. Dit zorgt vanzelfsprekend vaak voor conflicten of misverstanden, of het gevoel dat anderen jou niet begrijpen.

En net zoals bij optische illusies is kennis alleen niet genoeg om die vervorming te corrigeren…

Waarom herstel zo moeilijk is

Dit is ook waarom herstel niet simpelweg neerkomt op “anders denken” of “helpende gedachten toepassen”. Want het gaat niet alleen om gedachten, maar om om een geheel aan waarnemingen, gevoelens, automatische interpretaties. Het is alsof je brein een bril draagt die alles vervormt – en je pas na lange tijd leert om die bril weer af te zetten. En dat betekent: zachter leren kijken naar jezelf (en naar anderen).

Misschien is een van de belangrijkste inzichten dit:

Een eetstoornis is geen keuze om de werkelijkheid te negeren.
Het is een ervaring waarin de werkelijkheid anders voelt.

Dat betekent niet dat die werkelijkheid klopt.
Maar het betekent wel dat ze overtuigend is.

En dat vraagt iets anders dan correctie of discussie.
Het vraagt veel geduld, herhaling, andere ervaringen kunnen opdoen (vb. voelen dat je echt meer energie nodig hebt, voelen hoeveel deugd het doet om niet te ‘moeten’ bewegen maar eens te mogen rusten,…) en vaak hulp van buitenaf.

Er moeten mensen zijn

Er moeten mensen zijn
Die het licht aansteken
En de gruwel tonen waarin zij leven
Niet maar voor een dag
Maar voor maanden en nachten
Lang leven vol angst en onderbroken slaap

Er moeten mensen zijn
Die de toorts brandend houden
Van een koortsig verlangen naar
Dat het bloedvergieten stopt
Want het is nodeloos
Onrecht tegen mensen

Er moeten mensen zijn
Die strepen trekken tot hier
En verder komen mag je niet
Want deze grens over
Maakt jou kapot
en mij ook

Er moeten mensen zijn
Die wanhopige ogen laten spreken
Die ongeloof over de tongen laten gaan
Die niet naar de mond praten
Maar wijsheid spreken
Die de ogen niet sluiten
De pijn niet weren
En toch met open hart verlangen

Er moeten mensen zijn
Die mens blijven
En openen
Een hart
Een gesprek
Vrede

– naar Toon Hermans

#peace#vrede#ermoetenmensenzijn#toonhermans#stopwar#streep

Groeicursus Saltare

Onlangs gaven Bert Vandenbussche en ikzelf een korte online introductie over de Groeicursussen van Saltare. Deze informatie voor hulpverleners vertelt in sneltempo wie in aanmerking kan komen, wat het kader is van zo’n groeicursus en wat deelnemers zelf ervaren qua effecten.

De groeicursus voor jongeren (16-20 jaar) gaat door in de eerste week van de paasvakantie: Een intensief programma van 5 dagen: 6-10 april 2026 + terugkomdag op 31/05.
Mail voor info en aanmelding naar: saskia.nauwelaerts@outwardbound.be

De groeicursus voor volwassenen gaat door in augustus: Een intensief programma
van 5 dagen: 10-14 augustus 2026 + terugkomdag op 27/09.
Mail voor info en aanmelding naar: els@saltarevzw.be

Ook nieuwsgierig om er meer over te weten?

Hier kan je de opname herbekijken

En via deze website vind je een overzicht van alle informatie terug: infopagina.

Progressieve sociale verandering in therapie

In therapie spreken we vaak met een individu. Toch weten we allemaal hoe elke persoon een wereld in zich draagt en mét zich draagt. Sommige werelden staan verder af van de werelden waarin we zelf opgegroeid zijn, wat het (voor mij persoonlijk) zo boeiend en tegelijk ook nederig maakt om met mensen te mogen werken.

Een tijdje geleden kwamen de thema’s sociale verandering, politisering en macht via verschillende wegen op mijn pad. Eén van die wegen was een lecture van de Melissa Harte Foundation (Lecture ‘Social Justice and the Person-Centred Approach with Mick Cooper‘).

Als jongvolwassene studeerde ik zelf sociaal werk, vanuit een verlangen om mensen die ongelijkheid en onrechtvaardigheid ervaren tot hun recht te laten komen en tot aan hun rechten te helpen komen. Tijdens deze studie groeide de interesse in psychologie en ging ik me verder verdiepen in dat studiegebied. Maar, het sociaal werk zal altijd een beweging zijn in mezelf die me blijft stuwen. De wil om mensen samen te brengen en te zoeken naar manieren om tot meer gelijkheid te komen.

Het is voor mij daarom ook altijd een bijna vanzelfsprekendheid geweest om in de persoonsgerichte (client centered) therapie een kader te vinden dat aansluit bij mijn manier van ‘in de wereld zijn’. Impliciet zit in de persoonsgerichte benadering immers verweven dat wij als therapeut geen expert zijn die weten hoe je het leven moet leven, maar wel dat de therapeut iemand is die luistert naar de cliënt en die de wijsheid en kracht van de cliënt waardeert en ziet. We ervaren samen een gedeelde bodem van ‘Mens Zijn’.

Wanneer we kijken naar hoe er tegenwoordig aan politiek gedaan wordt, zien we vaak hoe mensen met verschillende meningen aangevallen worden, belachelijk of gekleineerd worden. Of hoe iemand zijn wil en wet opdringt en iedereen monddood maakt die zich daartegen wil verzetten. Maar, zijn we eigenlijk niet gewoon allemaal maar mensen die zo goed mogelijk hun best doen en die vanuit hun overtuiging standpunten verdedigen en de wereld beter, gelijker, werkbaar willen maken?

Het artikel “Progressive Social Change Perspectives and Therapy: Mapping the Interfaces – Part 1” van Mick Cooper onderzoekt hoe therapie en progressieve sociale verandering met elkaar verweven zijn. Het richt zich specifiek op hoe progressieve sociale perspectieven therapie beïnvloeden.

De belangrijkste thema’s in het artikel zijn:

  1. De historische band tussen therapie en progressieve sociale bewegingen – Veel vroege psychoanalytici waren marxisten, socialisten of anarchisten. Ook vandaag positioneren veel therapeuten zich links van het politieke spectrum.
  2. De rol van pluralistische therapie – Pluralistische therapie, gebaseerd op diverse therapeutische methoden, wordt gezien als een benadering die sociale rechtvaardigheid en cliëntgerichte keuzes ondersteunt.
  3. Kritische reflectie op therapie – Er zijn zorgen dat therapie de focus verlegt van maatschappelijke ongelijkheden naar individuele problemen, waardoor structurele onrechtvaardigheden minder aandacht krijgen. Sommige critici beschouwen therapie zelfs als een instrument van het kapitalisme.
  4. Therapeutische praktijk en sociale rechtvaardigheid – Het artikel bespreekt hoe therapeuten cliënten kunnen begrijpen in hun maatschappelijke context. Dit omvat thema’s als intersectionaliteit, machtsstructuren en culturele gevoeligheid in de therapeutische relatie.
    – De Franse socioloog Bourdieu sprak over velden en kapitalen: hoe kunnen wij als therapeuten instappen in velden die ons onbekend zijn, hoe kunnen we de kapitalen van onze cliënten helpen rouleren en renderen?
  5. Zelfbewustzijn van de therapeut – Het is belangrijk dat therapeuten hun eigen privileges en biases herkennen om rechtvaardige zorg te bieden. Concepten zoals culturele nederigheid en bewustwording van institutionele discriminatie spelen hierbij een rol.
  6. Toegankelijkheid van therapie – Progressieve benaderingen pleiten voor bredere toegankelijkheid tot psychologische zorg voor gemarginaliseerde groepen.

Verbinding tussen sociale ongelijkheid en persoonsgerichte therapie

Persoonsgerichte therapie (zoals ontwikkeld door Carl Rogers) legt de nadruk op empathie, authenticiteit en acceptatie. Dit sluit nauw aan bij progressieve sociale verandering omdat:

  • Cliëntgerichte benaderingen empowerment stimuleren, wat bijdraagt aan de weerbaarheid van mensen in onderdrukte of gemarginaliseerde groepen.
  • Erkenning van sociale en culturele context binnen therapie voorkomt dat psychische klachten uitsluitend als individuele problemen worden bekeken.
  • Samenwerking en gelijkwaardigheid tussen cliënt en therapeut machtsongelijkheden kan verminderen, wat aansluit bij bredere sociale rechtvaardigheidsprincipes.

Met andere woorden, persoonsgerichte therapie kan een brug slaan tussen individuele psychologische ondersteuning en bredere maatschappelijke verandering door cliënten niet alleen te helpen met persoonlijke groei, maar ook met bewustwording en het omgaan met sociale structuren die ongelijkheid in stand houden.

Boksen boven je gewicht

Parentificatie is een begrip waarin we het Franse woord ‘parent’ horen of het Latijnse ‘parentus’, wat beide in het Nederlands ‘ouder’ betekent. Het begrip verwijst naar een proces van rolomkering waarbij een kind bepaalde ouderlijke taken (tijdelijk of langer) overneemt, terwijl deze zorg niet-leeftijdsadequaat is.

Op zich is parentificatie niet problematisch of destructief, zolang een kind erkenning krijgt voor het geven, als dit eerder kortdurend is en als dit geven niet als té belastend of hinderlijk voor de ontwikkelingstaken wordt ervaren.

Laat ik beginnen met wat me aanspreekt in dit boek:

  • het benoemen en illustreren van diverse vormen van parentificatie,
  • de metafoor van te moeten boksen boven je gewicht (je leert er andere vaardigheden door, maar het blijft een risicovolle onderneming),
  • de linken met auteurs uit het contextuele denken en met een visie op het samenleven,
  • en ook de interviews met (super-)geparentificeerde kinderen helpen om een beeld te krijgen van wat parentificatie is, wanneer het problematisch is en wanneer niet.

Voor mij persoonlijk is het hiermee echter eerder een inleidend werk op het thema en weinig nieuws onder de zon, waardoor ik diepgang miste. Graag had ik meer gelezen over:

  • de dimensies van het contextuele denken (niet enkel de feitelijke, maar ook een toelichting van de andere dimensies en hoe die ons helpen kijken naar intergenerationele patronen),
  • de manieren van werken met of rond parentificatie (niet enkel de fasen benoemen maar meer uitwerken, vb aan de hand van een casus en beelden / opstellingen / schema’s),
  • het verwerken van verschillende visies op parentificatie,
  • mogelijke culturele verschillen die er zijn en hoe je vb respectvol en ‘meerzijdig partijdig’ met mensen in gesprek gaat als je jouw visie niet wil opleggen, maar wel vanuit zorg voor een kind spreekt.

Voor mij is dit boek dus een inleiding, maar telkens net niet diepgaand genoeg. Er werd heel wat zinvolle input aangeraakt, maar zonder deze voldoende te kaderen in een geschiedenis, een kader, een traditie. Enerzijds prikkelt dat mijn nieuwsgierigheid en kan ik natuurlijk zelf in de literatuur duiken om verder te lezen. Anderzijds had ik wellicht gehoopt of verwacht om dat hier wat meer samen te kunnen vinden.

Maar, voor heel wat studenten die nog weinig vertrouwd zijn met mogelijke patronen of signalen die kunnen wijzen op parentificatie kan dit boek wel degelijk een zinvolle eerste kennismaking vormen. Een uitnodiging om verder te leren over het thema en over hoe we samen zorg kunnen dragen voor kinderen, jongeren en volwassenen die ongezien boven hun gewicht moesten boksen.