Meer vooroordelen over eetstoornissen dan over depressie of diabetes

Als je veel onder mensen met een psychische kwetsbaarheid vertoeft, zou je het soms bijna vergeten of uit het oog verliezen: er bestaan mensen die maar weinig begrip hebben voor psychische problemen. 

Een nieuw onderzoek onder 290 adolescenten bracht in kaart hoe het gesteld is met de kennis over eetstoornissen, depressie en diabetes, maar ook met de vooroordelen die leven tegenover deze verschillende ziekten. Laten we eetstoornissen en depressie even beschouwen als psychische ziekten (die ook lichamelijke gevolgen kunnen hebben) en diabetes als een lichamelijke ziekte (die ook psychische gevolgen kan hebben). 

Waarom dit onderzoek?

Onderzoekers O’Connor, Mc Namara, O’Hara & Mc Nicholas (2016) startten vanuit het idee dat we eerst moeten weten hoe het met de kennis en vooroordelen van jongeren is gesteld, voordat we programma’s kunnen uitwerken die een effect hebben op die kennis en vooroordelen. Booth en collega’s (2004) veronderstellen dat jongeren met een eetstoornis misschien wel eens uitstellen of weigeren om hulp te zoeken net omwille van de angst om beoordeeld of zelfs veroordeeld te worden. Uit vroeger onderzoek weten we overigens dat mensen over eetstoornissen nog veel meer stigmatiserende vooroordelen ervaren, in vergelijking met andere psychische stoornissen en fysieke ziekten. Bovendien blijkt uit een recente studie dat hoe meer stigma mensen ervaren, hoe ernstiger de eetstoornis-symptomen zijn en hoe minder geneigd mensen zijn om hulp te gaan zoeken. Dus net de mensen die het meest hulp nodig hebben, voelen er de meeste weerstand tegen! Meer informatie over studies die dit aantonen kan je vinden in het artikel van O’Connor en collega’s. 

O’Connor en collega’s vonden tijdens het zoeken naar literatuur dat er nog maar weinig onderzoek gedaan is naar de kennis en vooroordelen bij adolescenten. Dit onderzoek is om die reden alleen al relevant.

Wat deden de onderzoekers?

En dus gingen ze aan de slag. 290 Ierse adolescenten (tussen 15 en 19 jaar) kregen casussen (“klinische vignetten”) te lezen waarin een persoon werd voorgesteld die te maken had met anorexia nervosa, boulimia nervosa, binge eating disorder, depressie of diabetes-type 1.  Na het lezen van zo’n casus kregen de leerlingen een vragenlijst om te kijken of ze begrepen over welk probleem het ging en wat de kenmerken er van waren. Ook werden er vragen gesteld over hun houding tegenover de problemen waarover ze net gelezen hadden.

Wat vonden ze?

Uit de resultaten blijkt dat de jongeren veel beter zijn in het herkennen van signalen van depressie (39,4%) dan van anorexia (20,4%), diabetes (17,4%) of boulimia (12,5%). De casus over binge eating werd door geen enkele leerling juist herkend. 

Qua vooroordelen blijkt dat jongeren mensen met eetstoornissen veel vaker persoonlijk verantwoordelijk stellen voor hun problemen, dan bij mensen met depressie of diabetes. Mensen met eetstoornissen kregen ook veel vaker negatieve persoonlijkheidskenmerken toegeschreven. Vooral tegenover binge eating vonden de onderzoekers een bijzonder negatieve houding: jongeren zien binge eating veel meer als een falen in zelfdisciplinering dan als een medische aandoening. 

Even rechtzetten

Om misverstanden te vermijden wil ik hierbij nog even meegeven dat eetstoornissen niet gewoon een kwestie zijn van “wat beter je best doen” of “wat meer zelfcontrole hebben”. Mocht het zo eenvoudig zijn, dan liepen er niet zoveel mensen tegen zichzelf aan!

We weten nog steeds niet goed in welke mate aanleg, persoonlijkheidsfactoren en omgevingsfactoren bijdragen aan het ontstaan van eetstoornissen. Maar we weten wel dàt al deze factoren een bijdrage leveren!

Momenteel loopt er een wereldwijd grootschalig onderzoek om de genetische aanleg bij anorexia nervosa in kaart te brengen en beter te leren begrijpen. Daarnaast doet men onderzoek naar verschillende psychologische factoren (vb. emotieregulatie, cognitieve schema’s, lichaamsbeleving,…) en naar de invloed van omgevingsfactoren (vb. door te onderzoeken hoe programma’s waar familie betrokken wordt kunnen helpen bij het herstel van een persoon met een eetstoornis). 

Bron geciteerd artikel:
Cliodhna O’Connor, Niamh McNamara, Lesley O’Hara & Fiona McNicholas (2016): Eating disorder literacy and stigmatising attitudes towards anorexia, bulimia and binge eating disorder among adolescents, Advances in Eating Disorders, DOI: 10.1080/21662630.2015.1129635

http://dx.doi.org/10.1080/21662630.2015.112963

Geef een reactie