Rode Neuzen: niet lachen, maar delen helpt!

3 december 2016: de dag waarop er in Vlaanderen voor de tweede maal een Rode Neuzen Dag werd georganiseerd, met een hele tv-show erbij. Tijdens die tv-show zagen we heel pakkende getuigenissen van jonge mensen die een belangrijke boodschap hadden: praat erover, zoek hulp, schaam je er niet voor, maar benoem dat je het moeilijk hebt en ga op zoek naar gepaste hulp. Stuk voor stuk zagen we moedige mensen die willen bijdragen aan bewustwording en aan het openbreken van het taboe. Door aan te tonen dat mensen met psychische problemen in de eerste plaats ook maar gewoon mensen zijn, en dat het probleem slechts een stukje is van wie ze zijn. We zagen ook hoeveel pijnlijke en moeilijke ervaringen onze jongeren vaak al in hun rugzak hebben zitten. Zo’n jongeren zitten op mijn schoolbanken. Ze proberen zich zo goed en zo kwaad als mogelijk te concentreren, en temidden hun medestudenten ‘gewoon’ te zijn en mee te draaien. Onwijs veel respect heb ik daarvoor…

Ik zie hoeveel zo’n Rode Neuzen actie heeft wakker gemaakt bij ontzettend veel mensen. En dat is goed. Dat is waar we het voor doen. Wat ik zelf jammer vind, is het idee dat meegegeven wordt dat ‘lachen helpt’. Maar als ik dan zag hoe flauw de sketches waren tijdens die zelfde Rode Neuzen Show, dan dacht ik echt: mij zou dit nooit geholpen hebben, ik zie er de fun niet van in.

Dat er dit jaar voor gekozen werd om ‘lachen helpt’ te vervangen door ‘delen helpt’ kan ik dan ook alleen maar toejuichen.

Want natuurlijk is humor belangrijk. Tijdens onze gesprekken en groepen in het Inloophuis wordt er ook heel wat afgelachen. We lachen met onszelf, omdat het helpt om even los te komen en afstand te nemen van de bizarre gewoontes die we wel eens plegen te hebben. Maar we lachen niet met elkaar en nooit iemand uit. 

Maar om te herstellen is er meer nodig dan een goed humeur en een lachsalvo op z’n tijd. Om echt te herstellen moet je verbinding kunnen maken met je echte gevoel, met wat jij écht belangrijk vindt in het leven, met de redenen waarom je doet wat je doet en soms ook met de rauwe pijn van verlies, van dromen en verwachtingen die niet ingelost worden,… 

Laat ons de ernst van psychische kwetsbaarheden en de moeilijkheden die dit met zich meebrengt dan ook niet zomaar weglachen. 

Maar laat ons delen. Laat ons terug in gesprek gaan met elkaar. Echt praten, van mens tot mens, van hart tot hart. Zodat we voelen dat we niet alleen zijn in dat unieke mens-zijn.

unity-1767679_640

Voedsel voor de Ziel

Vanuit mijn ervaringen als voorzitter bij ANBN merkte ik al lange tijd dat er nood was aan ondersteuning voor familie en vrienden van personen met een eetstoornis. Als belangrijke steunfiguur (ouder, partner, vriend(in),…) wil je graag betrokken worden en ondersteunend zijn, maar vaak voel je je machteloos en weet je niet meer wat te doen.

Daarnaast merkte ik de kracht van zelf ervaringsdeskundige én hulpverlener te zijn. Alsof je twee perspectieven met elkaar kan samenbrengen, alsof het plaatje op die manier nog beter ‘past’. Het brengt zoveel herkenbaarheid voor mensen, ze voelen zich begrepen en gehoord, ze krijgen de kans om vragen te stellen die je kan beantwoorden vanuit je ervaring én gelinkt aan wat je weet over psychologische processen.

Als ervaringsprofessional zal ik daarom samen met Mara Reynders vanaf 16 januari opstarten met een nieuw initiatief: Voedsel voor de Ziel. 

vvdz

Zowel personen met een eetstoornis als belangrijke steunfiguren zullen er terecht kunnen voor een groepstherapeutisch aanbod. We willen mensen helpen om de weg naar herstel te vinden, om stappen te zetten, om steun te vinden, om niet alleen te moeten dragen wat het leven op je pad heeft gebracht…

Meer informatie en hoe je kan aanmelden kan je terugvinden via onze website: www.voedselvoordeziel.be

Meer vooroordelen over eetstoornissen dan over depressie of diabetes

Als je veel onder mensen met een psychische kwetsbaarheid vertoeft, zou je het soms bijna vergeten of uit het oog verliezen: er bestaan mensen die maar weinig begrip hebben voor psychische problemen. 

Een nieuw onderzoek onder 290 adolescenten bracht in kaart hoe het gesteld is met de kennis over eetstoornissen, depressie en diabetes, maar ook met de vooroordelen die leven tegenover deze verschillende ziekten. Laten we eetstoornissen en depressie even beschouwen als psychische ziekten (die ook lichamelijke gevolgen kunnen hebben) en diabetes als een lichamelijke ziekte (die ook psychische gevolgen kan hebben). 

Waarom dit onderzoek?

Onderzoekers O’Connor, Mc Namara, O’Hara & Mc Nicholas (2016) startten vanuit het idee dat we eerst moeten weten hoe het met de kennis en vooroordelen van jongeren is gesteld, voordat we programma’s kunnen uitwerken die een effect hebben op die kennis en vooroordelen. Booth en collega’s (2004) veronderstellen dat jongeren met een eetstoornis misschien wel eens uitstellen of weigeren om hulp te zoeken net omwille van de angst om beoordeeld of zelfs veroordeeld te worden. Uit vroeger onderzoek weten we overigens dat mensen over eetstoornissen nog veel meer stigmatiserende vooroordelen ervaren, in vergelijking met andere psychische stoornissen en fysieke ziekten. Bovendien blijkt uit een recente studie dat hoe meer stigma mensen ervaren, hoe ernstiger de eetstoornis-symptomen zijn en hoe minder geneigd mensen zijn om hulp te gaan zoeken. Dus net de mensen die het meest hulp nodig hebben, voelen er de meeste weerstand tegen! Meer informatie over studies die dit aantonen kan je vinden in het artikel van O’Connor en collega’s. 

O’Connor en collega’s vonden tijdens het zoeken naar literatuur dat er nog maar weinig onderzoek gedaan is naar de kennis en vooroordelen bij adolescenten. Dit onderzoek is om die reden alleen al relevant.

Wat deden de onderzoekers?

En dus gingen ze aan de slag. 290 Ierse adolescenten (tussen 15 en 19 jaar) kregen casussen (“klinische vignetten”) te lezen waarin een persoon werd voorgesteld die te maken had met anorexia nervosa, boulimia nervosa, binge eating disorder, depressie of diabetes-type 1.  Na het lezen van zo’n casus kregen de leerlingen een vragenlijst om te kijken of ze begrepen over welk probleem het ging en wat de kenmerken er van waren. Ook werden er vragen gesteld over hun houding tegenover de problemen waarover ze net gelezen hadden.

Wat vonden ze?

Uit de resultaten blijkt dat de jongeren veel beter zijn in het herkennen van signalen van depressie (39,4%) dan van anorexia (20,4%), diabetes (17,4%) of boulimia (12,5%). De casus over binge eating werd door geen enkele leerling juist herkend. 

Qua vooroordelen blijkt dat jongeren mensen met eetstoornissen veel vaker persoonlijk verantwoordelijk stellen voor hun problemen, dan bij mensen met depressie of diabetes. Mensen met eetstoornissen kregen ook veel vaker negatieve persoonlijkheidskenmerken toegeschreven. Vooral tegenover binge eating vonden de onderzoekers een bijzonder negatieve houding: jongeren zien binge eating veel meer als een falen in zelfdisciplinering dan als een medische aandoening. 

Even rechtzetten

Om misverstanden te vermijden wil ik hierbij nog even meegeven dat eetstoornissen niet gewoon een kwestie zijn van “wat beter je best doen” of “wat meer zelfcontrole hebben”. Mocht het zo eenvoudig zijn, dan liepen er niet zoveel mensen tegen zichzelf aan!

We weten nog steeds niet goed in welke mate aanleg, persoonlijkheidsfactoren en omgevingsfactoren bijdragen aan het ontstaan van eetstoornissen. Maar we weten wel dàt al deze factoren een bijdrage leveren!

Momenteel loopt er een wereldwijd grootschalig onderzoek om de genetische aanleg bij anorexia nervosa in kaart te brengen en beter te leren begrijpen. Daarnaast doet men onderzoek naar verschillende psychologische factoren (vb. emotieregulatie, cognitieve schema’s, lichaamsbeleving,…) en naar de invloed van omgevingsfactoren (vb. door te onderzoeken hoe programma’s waar familie betrokken wordt kunnen helpen bij het herstel van een persoon met een eetstoornis). 

Bron geciteerd artikel:
Cliodhna O’Connor, Niamh McNamara, Lesley O’Hara & Fiona McNicholas (2016): Eating disorder literacy and stigmatising attitudes towards anorexia, bulimia and binge eating disorder among adolescents, Advances in Eating Disorders, DOI: 10.1080/21662630.2015.1129635

http://dx.doi.org/10.1080/21662630.2015.112963

‘Psychogenocide’, over de georkestreerde moord op mensen die niet mens genoeg waren (zogezegd…)

Op zondag 24 januari wordt in de Dossin-kazerne in Mechelen een bijzonder boek voorgesteld.
Psychogenocide (Erik Thys, 2015) toont ons op een onderbouwde manier hoe het kon gebeuren dat honderdduizenden Duitse burgers verplicht werden gesteriliseerd en hoe honderdduizenden burgers die geconfronteerd werden met een psychische stoornis of een handicap op een georganiseerde manier werden vermoord.

Zij werden volgens een ver doorgetrokken en misvormd eugenetisch dogma aanzien als “niet menswaardig”, onproductief en een bedreiging voor de volksgezondheid (de gezonde genenpoel werd “besmet”). Om die reden werden zij “uit hun lijden verlost”. Hun kunst werd verbannen en afgedaan als kunst van “ontaarde mensen”, en zelfs met de nodige scepsis en satire vertoond in tentoonstellingen met ‘Entartete Kunst‘. 

db_entart_kunst_en



De kans bestaat dat je hierover nooit eerder gehoord hebt. In de geschiedenisboeken las je wellicht hoe tijdens de tweede Wereldoorlog niet alleen Joden, maar ook zigeuners en homoseksuelen naar de gaskamers werden geleid. Maar dat er een doelbewuste uitroeiingsactie opgezet werd om psychiatrische patiënten te vergassen is veel minder bekend. Het is huiveringwekkend om te lezen, maar tegelijk zo ontzettend belangrijk om dit ‘vergeten’ verhaal te vertellen.

In Psychogenocide worden de tijdsgeest en hoe het eugenetische gedachtegoed zich verspreidde en op verschillende plaatsen in de wereld werd gebruikt/misbruikt om bepaalde mistoestanden te rechtvaardigen goed onderbouwd toegelicht. Daardoor kunnen we de tijdsgeest en de impact wereldwijd beter situeren.

Ik heb zelf alvast veel bijgeleerd dankzij Psychogenocide. Ik vond het bijzonder, frustrerend, wraakroepend en tegelijk vanuit (sociaal-)psychologisch oogpunt bijzonder boeiend. Voor een groot stuk ook juist omdat dit boek zich baseert op oorspronkelijk bronnenmateriaal en iets aankaart wat voor mij tot nu toe echt letterlijk slechts een bijzin in een geschiedenisboek was…

Het moet een monnikenwerk geweest zijn om al deze informatie op te sporen, verbanden te leggen, grondig te analyseren en dan tot een logisch opgebouwd werk te maken. Een boek dat vlot leesbaar is en dat de gruwel niet schuwt zonder ooit zelfs maar een hint van sensatie-zucht op te wekken. Een boek dat oog heeft voor persoonlijke verhalen én voor algemene feiten. Voor mij alvast een must-read voor elke student die ooit een vak psychiatrie of psychopathologie volgt, om te begrijpen wat de uitwassen kunnen zijn van een eugenetisch of classificerend en determinerend discours, van een niet-wetenschappelijk onderbouwd gedachtegoed dat allesbehalve openstaat voor solidariteit tussen soortgenoten.

Uit het boek Een tijd voor empathie van Frans de Waal heb ik geleerd dat primaten voor hun soortgenoten zorgen. Eigenlijk zijn empathie en solidariteit (en niet eigenbelang, of het eigenhandig creëren/manipuleren van een soort “Uber-mensch”) evolutionair voordeliger dan het uitschakelen van zogenaamd ‘zwakke schakels’.

In mijn beleving zijn het juist deze schakels (en ik herhaal expres niet de toevoeging ‘zwak’) die ons uitdagen, die ons confronteren, die nieuwe zienswijzen aanleveren die oogkleppen kunnen doen afvallen omdat ze “out of the box” denken, die ons laten voelen hoe ‘mens (mogen) zijn’ helend kan zijn.

En tenslotte nog dit: mocht je je net als ik wel eens afgevraagd hebben hoe het komt dat de meeste psychiatrische instellingen in Vlaanderen langs een spoorweg gelegen zijn, dan je ook op die vraag een antwoord vinden in dit boek…

AUTEUR
Erik Thys is psychiater (PSC St.-Alexius Elsene en UPC KU Leuven Campus Kortenberg), kunstenaar en musicus. 
Eerder verscheen een artikel in Knack:

http://www.knack.be/nieuws/wereld/psychogenocide-hoe-de-nazi-s-300-000-psychiatrische-patienten-vermoordden/article-longread-622645.html

 

BOEKVOORSTELLING
Het boek wordt voorgesteld op zondag 24 januari om 14u in Kazerne Dossin. Dirk Draulans (bioloog en journalist bij Knack) treedt in gesprek met o.a. de auteur en Prof. Stephan Claes (KU Leuven – psychiater en geneticus), Prof. Antoon Vandevelde (KU Leuven – filosoof en econoom) en Dirk Snauwaert (Directeur WIELS, centrum voor hedendaagse kunst in Brussel).
De voorstelling wordt afgewisseld met een streepje muziek. Gratis toegang. Graag inschrijven via https://www.kazernedossin.eu/NL/Bezoek/Publieksprogramma/Activiteiten/Formulieren/Inschrijvingen-Boekvoorstelling-Psychogenocide

Meer info over het boek: http://epo.be/uitgeverij/boekinfo_boek.php?isbn=9789462670471

 12507216_1062490240451638_8335979357482674252_n

 

Stappen naar herstel

Wat zou voor jou een volgende stap kunnen zijn richting herstel?

Het antwoord op die vraag zal voor iedereen anders zijn. Het is ook afhankelijk van de fase van herstel waarin je zit.

checking_out_the_view_150_clr_13698

Sommige mensen hebben nog maar net voor zichzelf ontdekt dat ze heel erg in de knoop zitten met zichzelf, en dat dat zich uit in een verstoord eetpatroon en soms nog heel andere problemen.

Andere mensen hebben misschien al een heel traject achter de rug en hebben al heel wat inzichten in zichzelf en hun patronen verworven. Toch merken ze dat inzicht alleen niet voldoende is. Maar wat is er dan nog méér nodig, om de eetstoornis onder de knoet te krijgen?

Nog andere mensen zijn misschien nog zoekend naar wat er precies aan de hand is met hen. Misschien voel je wel aan dat het niet goed met je gaat, maar weet je niet waarom dat zo is. Lastige situatie, want onduidelijkheid brengt onrust. Een aantal dingen voor jezelf op een rijtje zetten, een paar boeken lezen over vb. eetstoornissen en aanverwante thema’s (vb. angst, piekeren, depressie, post-traumatische stress, dwang, perfectionisme, zelfvertrouwen, lichaamsbeleving,…) kunnen je misschien al wat punten van herkenning geven. Het kan zinvol zijn om de dingen die je herkent op kleine briefjes (post-its) te noteren. Nadien zou je er een collage van kunnen maken, waarbij je dingen die verband houden met elkaar kan groepen en waarbij je eventueel met pijlen kan aangeven wat volgens jou samenhangt met elkaar (vb. jezelf weinig waard voelen en daardoor van jezelf vinden dat je op dieet moet of dat je geen toetje mag of niet teveel mag stilzitten, want misschien vind je van jezelf dat je rust moet verdienen).

Hieronder vind je alvast nog een paar andere mogelijke stappen die je zou kunnen zetten, op weg naar herstel. Aarzel niet om contact op te nemen met onze vrijwilligers om te vragen hoe je zoiets best zou aanpakken, wat je kan verwachten, welke woorden je best wel/niet gebruikt,…

  • Iemand in vertrouwen nemen, vb. door een brief of mail te sturen, of door een gesprek met iemand aan te gaan waarin je aangeeft dat je het moeilijk hebt en wel wat steun kan gebruiken.
  • Jezelf informeren over eetstoornissen, over de signalen en kenmerken, maar ook over de gevolgen én hulpmogelijkheden.
  • Als je iemand bent die veel nadenkt en veel inzichten heeft, maar toch qua gevoel nog vaak tegen hindernissen aan loopt, dan kan een ervaringsweek wel iets voor jou zijn! Op maandag 25 januari kan je daarover meer te weten komen in het Inloophuis
  • Neem een groot blad papier (of de achterkant van een poster of affiche die je toch niet meer gebruikte): schrijf daarop alle activiteiten (minstens 10) waar jij een gelukkig, vrij, ontspannen, opgewekt, opgelucht,… gevoel van krijgt. Elke keer als je een moeilijk moment hebt (vb. je voelt een eetbui opkomen, of je twijfelt of je iets wel/niet zou durven eten) probeer je eerst minstens 1 van die dingen van jouw lijst uit. We weten dat het mensen helpt om hun aandacht even te verleggen van lastige gevoelens of overheersende gedachten naar een activiteit die hen deugd doet, omdat je leert om je aandacht terug op iets anders te focussen in plaats van mee te gaan in wat op dat moment al je aandacht opslorpt. 
  • Daarnaast kan het soms ook gewoon handig zijn om op zo’n lastige momenten je dagboek erbij te nemen en een piekerkwartiertje in te lassen: in zo’n kwartier mag je alles neerschrijven wat er op dat moment door je heen gaat. Nadien doe je je piekerboek terug dicht en doe je iets ontspannend (of ga weg uit de ruimte waar de negativiteit of spanning “in de lucht hangt”).
  • Nog een andere optie is om de gevoelens er gewoon te “laten zijn”. We hebben vaak de neiging om lastige gevoelens snel “weg” te willen maken. Maar het zijn eigenlijk maar gewoon gevoelens en gedachten. Die kunnen ons niet écht pijn doen. We hoeven er ook niet naar te handelen, als ze opkomen. Maar we kunnen er wel naar kijken en we kunnen ook proberen te begrijpen wat die gevoelens willen zeggen. Misschien geven ze wel een (alarm)signaal dat we heel serieus moeten nemen. Bijvoorbeeld omdat er iemand over onze grens gaat en we dat echt niet willen. Dan mag je ernaar luisteren en is het prima mogelijk om “nee” te zeggen! Veel beter dan jezelf te verliezen in een eetbui, in automutilatie, of in jezelf uithongeren omdat je boos bent op jezelf omdat je niet trouw durfde zijn aan jezelf (of een andere reden). Of misschien is een gevoel een gevolg van een patroon dat je vroeger hebt aangeleerd, als een soort overlevingsmechanisme. Het is best mogelijk dat je jezelf vb. heel klein gaat maken (door jezelf onderuit te halen in negatieve gedachten) wanneer iemand net een snerende opmerking heeft gemaakt. Vroeger was dat misschien de veiligste reactie, omdat je als kind niet op kon tegen de grote en sterkere volwassene. Maar nu je zelf groter bent, kan je luisteren naar de reactie van dat kleine kind, er met zorg naar kijken en horen dat je je gekleineerd voelt en aangeven dat het niet oké is, dat zo’n opmerking niet respectvol is en dat je het waard bent om op een volwassen en respectvolle manier toegesproken te worden. 
  • Toch maar eens die telefoon nemen om een afspraak te maken bij een diëtist, psycholoog en/of psychiater, of voor een eerste gesprek om je te informeren over opname- en behandelmogelijkheden (en onthoud: een gesprek aanvragen hoeft niet te betekenen dat je al meteen “ja” zegt tegen een opname – maar als je meer informatie hebt, kan je wel een meer overwogen keuze maken ;-))
  • Een lijst maken van de dingen die voor jou écht heel belangrijk zijn in het leven. 
    Kijk nadien of die lijst overeenkomt met de tijd die je op een week spendeert aan verschillende domeinen in je leven. Zitten er grote verschillen tussen? Misschien kan je dan één actie voor jezelf uitkiezen om alvast een kleine stap dichter te komen bij een leven dat meer in overeenstemming komt met wie je écht bent en wat jij écht belangrijk vindt (want geeft toe, van vermageren of diëten of eetbuien houden gaat je hart doorgaans niet sneller slaan…)

magnify_those_footsteps_150_clr_13202 Wat zou voor jou een volgende stap kunnen zijn richting herstel?