Zelfdestructief gedrag bij eetstoornissen: waarom doen mensen iets waarvan ze weten dat het hen schaadt?

Voor buitenstaanders kan een eetstoornis soms moeilijk te begrijpen zijn. Waarom zou iemand maaltijden overslaan terwijl die weet dat het lichaam voeding nodig heeft? Waarom blijven compenseren, overbewegen, braken of zichzelf strenge regels opleggen als dat zoveel schade veroorzaakt?

Vaak wordt gedacht dat iemand zichzelf bewust kapotmaakt. Maar onderzoek naar zelfondermijnend gedrag suggereert iets anders (Baumeister & Sher, 1988). Mensen zijn er meestal niet op uit om te mislukken of te lijden. Ze proberen juist een probleem op te lossen, een gevoel te verminderen of controle te krijgen over iets wat overweldigend aanvoelt. Alleen heeft de gekozen strategie op langere termijn een hoge prijs.

Bij eetstoornissen zien we dat voortdurend terug.

Een jongere die niet eet, ervaart misschien tijdelijk minder angst rond gewichtstoename. Iemand die uren sport, voelt zich misschien even rustiger of meer in controle. Wie een eetbui heeft, kan kort ontsnappen aan gevoelens van leegte, verdriet of spanning. En iemand die compenseert na een eetbui kan tijdelijk de paniek (door controleverlies of gevreesde gewichtstoename) verminderen.

Op korte termijn werkt het gedrag dus vaak wƩl.

Maar op langere termijn worden de gevolgen steeds groter:

  • lichamelijke uitputting;
  • sociale isolatie;
  • meer angst en schuldgevoelens;
  • grotere zelfhaat;
  • verlies van vrijheid;
  • een leven dat steeds meer rond de eetstoornis draait.

Wat begon als een poging om zich beter te voelen, wordt geleidelijk een patroon dat herstel in de weg staat.

Dat maakt ook duidelijk waarom mensen niet “gewoon moeten stoppen”. Als het gedrag alleen maar schadelijk zou zijn, zou veranderen veel eenvoudiger zijn. Dan zou je er alleen maar last van hebben en zelf ook alles op alles willen en kunnen zetten om het gedrag te stoppen. Het moeilijke is net dat de eetstoornis ook iets ‘oplevert’: rust, controle, verdoving, afleiding, een gevoel van veiligheid of troost of nog iets anders. Zolang die onmiddellijke winst aanwezig blijft, zal de verleiding groot zijn om naar dezelfde strategie terug te grijpen. Onze hersenen zijn in ieder geval ook geneigd om te kiezen voor directe beloning en bewust kiezen voor winst op langere termijn vraagt veel inzet, volharding en bewuste keuzes. Je prefrontale cortex moet met andere woorden heel bewust omgaan met alle primitieve reacties die zo automatisch verlopen.

Daarom gaat herstel niet enkel over het afleren van eetstoornisgedrag. Het gaat ook over het onderzoeken van de functie ervan.

Welke angst wordt vermeden?
Welke emoties worden niet gevoeld?
Welke behoefte probeert iemand te vervullen?

Pas wanneer er andere manieren ontstaan om met die gevoelens om te gaan, wordt het mogelijk om de eetstoornis los te laten.

Vanuit die visie is zelfdestructief gedrag niet zozeer een teken dat iemand zichzelf haat of niet beter wil worden. Vaak is het een teken dat iemand vastzit in een strategie die ooit bescherming bood, maar die ondertussen meer kwaad dan goed doet.

Herstel begint vaak op het moment dat iemand leert stilstaan bij de vraag:
“Wat levert dit gedrag mij vandaag op, en wat kost het mij op langere termijn?”

Dat inzicht alleen lost een eetstoornis niet op. Maar het kan wel de eerste stap zijn naar meer begrip, mildheid en uiteindelijk andere keuzes.

Mag ik bestaan?

Reflecties na twee studiedagen over existentiƫle vragen, psychotherapie en mens-zijn

De afgelopen weken nam ik deel aan twee studiedagen die — elk op hun eigen manier — ruimte maakten voor existentiĆ«le vragen en de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan.

Op 24 april volgde ik de studiedagĀ ā€œMag ik bestaan?ā€Ā van het Centrum existentiĆ«le experiĆ«ntiĆ«le psychotherapie (EEP – KU Leuven).
Op 8 mei woonde ik de studiedag van Reakiro bij:Ā ā€œIk kan niet meer leven. Laat me (niet) los.ā€

Hoewel beide studiedagen een andere invalshoek hadden, bleven ze voor mij rond dezelfde kern cirkelen. Een vraag die ik als psycholoog-psychotherapeut ook heel vaak voel binnenkomen in de gespreksruimte:

ā€œMag ik bestaan — zoals ik ben?ā€

Mag ik bestaan met al mijn kanten, met mijn kwetsbaarheid, mijn verlangens, mijn verdriet, mijn boosheid, mijn verwarring?
Mag ik ruimte innemen?
Mag ik verwachten dat anderen proberen begrijpen wie ik ben?
Of moet ik mij aanpassen, delen van mezelf verstoppen, zachter worden, kleiner worden, makkelijker verteerbaar worden?

Vaak gaat therapie niet alleen over symptomen of diagnoses, maar over iets veel fundamentelers. Over de vraag of iemand het gevoel heeft dat zijn of haar bestaan welkom is.

Mag ik aangeven wat ik nodig heb?
Mag ik uitspreken waar ik naar verlang, wat ik hoop, wat ik ervaar?
Of wordt dat meteen weggewuifd als ā€œte veelā€, ā€œoverdrevenā€, ā€œgekā€, ā€œflauwā€ of ā€œlastigā€?

Mag mijn realiteit naast die van jou bestaan?

Dat raakt voor mij aan iets heel wezenlijks in mens-zijn en in hulpverlening. Veel mensen lijken ergens diep vanbinnen te worstelen met een impliciete voorwaarde om te mogen bestaan:

Ik mag er zijn zolang ik zorg voor anderen.
Ik mag er zijn zolang ik mij aanpas.
Ik mag er zijn zolang ik niet te veel ben.

Maar wie blijft er dan nog over?
Wie ben je nog als je niet voortdurend rekening houdt met de ander?
Ben je dan nog een ā€œgoedā€ mens?
Ben je dan nog waard om graag gezien te worden?
Waard om te leven?

En soms schuurt die vraag nog existentiƫler:

Is dit leven wel waard geleefd te worden?

De studiedag van Reakiro bracht ook die moeilijke vragen dichtbij.
Hebben mensen de plicht om te leven?
Bestaat er zoiets als een ultieme verantwoordelijkheid tegenover het leven?
En zo ja: tegenover wie dan?

Tegenover onszelf?
De mensen rondom ons?
De maatschappij?
Een God?
Een idee van betekenis?

Ik merk hoe weinig pasklare antwoorden er bestaan op zulke vragen. En misschien is dat ook net de essentie van existentiĆ«le thema’s: dat ze niet opgelost moeten worden, maar gedragen, onderzocht en verdragen.

Als therapeut voel ik hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor die vragen, zonder ze te snel dicht te willen doen. Niet onmiddellijk geruststellen. Niet onmiddellijk oplossen. Maar aanwezig blijven bij de spanning, de wanhoop, de twijfel en het zoeken.

Tegelijk merk ik hoe confronterend dat soms ook is. Want existentiƫle vragen raken zelden alleen de cliƫnt. Ze raken vaak ook iets in onszelf.

Hoe staan wij hierin — als mens, als hulpverlener, als vriend, partner of familielid?
Wat gebeurt er wanneer de wanhoop van iemand anders onze eigen existentiƫle angst raakt?
Hoe blijf je nabij wanneer je zelf ook geen absolute antwoorden hebt?

Voor mij zijn dat vruchtbare vragen.
Niet alleen voor therapie, maar ook voor supervisie, intervisie en ontmoeting tussen hulpverleners.

Misschien hoeven we niet altijd zekerheid te bieden.
Misschien begint betekenis soms net daar waar iemand ten volle mag bestaan in zijn zoektocht, zonder onmiddellijk gecorrigeerd, opgelost of gerepareerd te worden.

Misschien is dat ƩƩn van de meest fundamentele menselijke ervaringen:

Dat iemand tegenover je blijft zitten en impliciet zegt:

ā€œJa. Jij mag bestaan.ā€

Optische illusies

Als zien geloven wordt: hoe een eetstoornis je werkelijkheid vervormt

Als psycholoog vind ik het bijzonder boeiend om kennis uit de psychologie te gebruiken om beter te begrijpen waarom mensen (niet) doen wat ze doen. Zo is er iets fascinerends – en tegelijk verontrustends – aan optische illusies. Zelfs wanneer je weet dat twee lijnen even lang zijn, blijven je ogen je iets anders vertellen. Je brein houdt vast aan zijn interpretatie, alsof het zegt: dit is wat ik zie, dus dit is wat waar is.

Dat principe – dat perceptie geen objectieve spiegel is, maar een interpretatie – wordt pijnlijk tastbaar bij een eetstoornis.

Tunnelvisie

In het begin van een eetstoornis zit je vaak diep in de ‘ontkenningsfase’. Niet op een bewuste, koppige manier, maar eerder omdat je simpelweg niet ziet wat er aan de hand is. Je leeft in een soort tunnel, die je het zicht op stukken van de realiteit belemmert.

Je denkt misschien “Ik ben gewoon bezig met gezond eten, ik heb dit onder controle, mensen overdrijven.

Maar ondertussen gebeurt er van alles. Je wereld wordt kleiner. Je gedachten draaien steeds vaker rond eten, controle, cijfers, uiterlijk. Gesprekken voelen minder interessant. Spontaniteit verdwijnt. Maar van binnen voelt het niet echt alsof je zoveel ā€œverandertā€ – het voelt alsof je gewoon logischer, gedisciplineerder of bewuster wordt. Je leeft ook nog eens elke dag met jezelf, waardoor kleine verschuivingen nauwelijks opvallen. Daarom is het ook logisch dat mensen die je al een poosje niet meer gezien hebben wĆ©l opmerken dat er iets aan jou veranderd is: ze kunnen beter het verschil opmerken.

Net zoals bij een optische illusie: je perceptie voelt echt, dus je twijfelt er niet aan.

Achteraf zie je het pas

Het vreemde – en vaak confronterende – is dat het inzicht meestal pas achteraf komt. Denk aan momenten waarop je oude foto’s terugziet, dagboekfragmenten herleest of berichten van anderen opnieuw bekijkt. Dan kan het plots heel duidelijk worden.

Je ziet misschien iemand die gespannen of afwezig kijkt, alleen nog bezig lijkt met controle, die niet echt gelukkig was en weinig sprankeling in de ogen had… En je denkt: Hoe heb ik dit niet gezien?

Maar dat is precies het punt: je kon het niet zien.

Net zoals je een illusie niet ā€œuitā€ kunt zetten door er anders naar te kijken, kon jij toen niet buiten je eigen perceptie stappen.

Ons brein is een verhalenverteller

Ons brein is geen camera, maar een verhalenverteller. Je (selectieve) aandacht filtert informatie, benadrukt bepaalde aandachtspunten en interpreteert wat belangrijk is voor jou, of wat gevaarlijk is en wat meer aandacht verdient.

Bij een eetstoornis raakt dat perceptiesysteem ontregeld. Het legt overdreven nadruk op je gewicht, je uiterlijk, hoe je denkt over te komen op anderen, je prestaties, en hoe je daarover controle kan krijgen. En het vervormt dus ook signalen die daar niet in passen. Je wil niet horen dat anderen zich zorgen maken.

Daardoor ontstaat een realiteit die consistent voelt van binnen, maar vervormd is als je er van buitenaf naar kijkt. Dit zorgt vanzelfsprekend vaak voor conflicten of misverstanden, of het gevoel dat anderen jou niet begrijpen.

En net zoals bij optische illusies is kennis alleen niet genoeg om die vervorming te corrigeren…

Waarom herstel zo moeilijk is

Dit is ook waarom herstel niet simpelweg neerkomt op ā€œanders denkenā€ of “helpende gedachten toepassen”. Want het gaat niet alleen om gedachten, maar om om een geheel aan waarnemingen, gevoelens, automatische interpretaties. Het is alsof je brein een bril draagt die alles vervormt – en je pas na lange tijd leert om die bril weer af te zetten. En dat betekent: zachter leren kijken naar jezelf (en naar anderen).

Misschien is een van de belangrijkste inzichten dit:

Een eetstoornis is geen keuze om de werkelijkheid te negeren.
Het is een ervaring waarin de werkelijkheid anders voelt.

Dat betekent niet dat die werkelijkheid klopt.
Maar het betekent wel dat ze overtuigend is.

En dat vraagt iets anders dan correctie of discussie.
Het vraagt veel geduld, herhaling, andere ervaringen kunnen opdoen (vb. voelen dat je echt meer energie nodig hebt, voelen hoeveel deugd het doet om niet te ‘moeten’ bewegen maar eens te mogen rusten,…) en vaak hulp van buitenaf.

Er moeten mensen zijn

Er moeten mensen zijn
Die het licht aansteken
En de gruwel tonen waarin zij leven
Niet maar voor een dag
Maar voor maanden en nachten
Lang leven vol angst en onderbroken slaap

Er moeten mensen zijn
Die de toorts brandend houden
Van een koortsig verlangen naar
Dat het bloedvergieten stopt
Want het is nodeloos
Onrecht tegen mensen

Er moeten mensen zijn
Die strepen trekken tot hier
En verder komen mag je niet
Want deze grens over
Maakt jou kapot
en mij ook

Er moeten mensen zijn
Die wanhopige ogen laten spreken
Die ongeloof over de tongen laten gaan
Die niet naar de mond praten
Maar wijsheid spreken
Die de ogen niet sluiten
De pijn niet weren
En toch met open hart verlangen

Er moeten mensen zijn
Die mens blijven
En openen
Een hart
Een gesprek
Vrede

– naar Toon Hermans

#peace#vrede#ermoetenmensenzijn#toonhermans#stopwar#streep

Groeicursus Saltare

Onlangs gaven Bert Vandenbussche en ikzelf een korte online introductie over de Groeicursussen van Saltare. Deze informatie voor hulpverleners vertelt in sneltempo wie in aanmerking kan komen, wat het kader is van zo’n groeicursus en wat deelnemers zelf ervaren qua effecten.

De groeicursus voor jongeren (16-20 jaar) gaat door in de eerste week van de paasvakantie: Een intensief programma van 5 dagen: 6-10 april 2026 + terugkomdag op 31/05.
Mail voor info en aanmelding naar: saskia.nauwelaerts@outwardbound.be

De groeicursus voor volwassenen gaat door in augustus: Een intensief programma
van 5 dagen: 10-14 augustus 2026 + terugkomdag op 27/09.
Mail voor info en aanmelding naar: els@saltarevzw.be

Ook nieuwsgierig om er meer over te weten?

Hier kan je de opname herbekijken

En via deze website vind je een overzicht van alle informatie terug: infopagina.