Progressieve sociale verandering in therapie

In therapie spreken we vaak met een individu. Toch weten we allemaal hoe elke persoon een wereld in zich draagt en mét zich draagt. Sommige werelden staan verder af van de werelden waarin we zelf opgegroeid zijn, wat het (voor mij persoonlijk) zo boeiend en tegelijk ook nederig maakt om met mensen te mogen werken.

Een tijdje geleden kwamen de thema’s sociale verandering, politisering en macht via verschillende wegen op mijn pad. Eén van die wegen was een lecture van de Melissa Harte Foundation (Lecture ‘Social Justice and the Person-Centred Approach with Mick Cooper‘).

Als jongvolwassene studeerde ik zelf sociaal werk, vanuit een verlangen om mensen die ongelijkheid en onrechtvaardigheid ervaren tot hun recht te laten komen en tot aan hun rechten te helpen komen. Tijdens deze studie groeide de interesse in psychologie en ging ik me verder verdiepen in dat studiegebied. Maar, het sociaal werk zal altijd een beweging zijn in mezelf die me blijft stuwen. De wil om mensen samen te brengen en te zoeken naar manieren om tot meer gelijkheid te komen.

Het is voor mij daarom ook altijd een bijna vanzelfsprekendheid geweest om in de persoonsgerichte (client centered) therapie een kader te vinden dat aansluit bij mijn manier van ‘in de wereld zijn’. Impliciet zit in de persoonsgerichte benadering immers verweven dat wij als therapeut geen expert zijn die weten hoe je het leven moet leven, maar wel dat de therapeut iemand is die luistert naar de cliënt en die de wijsheid en kracht van de cliënt waardeert en ziet. We ervaren samen een gedeelde bodem van ‘Mens Zijn’.

Wanneer we kijken naar hoe er tegenwoordig aan politiek gedaan wordt, zien we vaak hoe mensen met verschillende meningen aangevallen worden, belachelijk of gekleineerd worden. Of hoe iemand zijn wil en wet opdringt en iedereen monddood maakt die zich daartegen wil verzetten. Maar, zijn we eigenlijk niet gewoon allemaal maar mensen die zo goed mogelijk hun best doen en die vanuit hun overtuiging standpunten verdedigen en de wereld beter, gelijker, werkbaar willen maken?

Het artikel “Progressive Social Change Perspectives and Therapy: Mapping the Interfaces – Part 1” van Mick Cooper onderzoekt hoe therapie en progressieve sociale verandering met elkaar verweven zijn. Het richt zich specifiek op hoe progressieve sociale perspectieven therapie beïnvloeden.

De belangrijkste thema’s in het artikel zijn:

  1. De historische band tussen therapie en progressieve sociale bewegingen – Veel vroege psychoanalytici waren marxisten, socialisten of anarchisten. Ook vandaag positioneren veel therapeuten zich links van het politieke spectrum.
  2. De rol van pluralistische therapie – Pluralistische therapie, gebaseerd op diverse therapeutische methoden, wordt gezien als een benadering die sociale rechtvaardigheid en cliëntgerichte keuzes ondersteunt.
  3. Kritische reflectie op therapie – Er zijn zorgen dat therapie de focus verlegt van maatschappelijke ongelijkheden naar individuele problemen, waardoor structurele onrechtvaardigheden minder aandacht krijgen. Sommige critici beschouwen therapie zelfs als een instrument van het kapitalisme.
  4. Therapeutische praktijk en sociale rechtvaardigheid – Het artikel bespreekt hoe therapeuten cliënten kunnen begrijpen in hun maatschappelijke context. Dit omvat thema’s als intersectionaliteit, machtsstructuren en culturele gevoeligheid in de therapeutische relatie.
    – De Franse socioloog Bourdieu sprak over velden en kapitalen: hoe kunnen wij als therapeuten instappen in velden die ons onbekend zijn, hoe kunnen we de kapitalen van onze cliënten helpen rouleren en renderen?
  5. Zelfbewustzijn van de therapeut – Het is belangrijk dat therapeuten hun eigen privileges en biases herkennen om rechtvaardige zorg te bieden. Concepten zoals culturele nederigheid en bewustwording van institutionele discriminatie spelen hierbij een rol.
  6. Toegankelijkheid van therapie – Progressieve benaderingen pleiten voor bredere toegankelijkheid tot psychologische zorg voor gemarginaliseerde groepen.

Verbinding tussen sociale ongelijkheid en persoonsgerichte therapie

Persoonsgerichte therapie (zoals ontwikkeld door Carl Rogers) legt de nadruk op empathie, authenticiteit en acceptatie. Dit sluit nauw aan bij progressieve sociale verandering omdat:

  • Cliëntgerichte benaderingen empowerment stimuleren, wat bijdraagt aan de weerbaarheid van mensen in onderdrukte of gemarginaliseerde groepen.
  • Erkenning van sociale en culturele context binnen therapie voorkomt dat psychische klachten uitsluitend als individuele problemen worden bekeken.
  • Samenwerking en gelijkwaardigheid tussen cliënt en therapeut machtsongelijkheden kan verminderen, wat aansluit bij bredere sociale rechtvaardigheidsprincipes.

Met andere woorden, persoonsgerichte therapie kan een brug slaan tussen individuele psychologische ondersteuning en bredere maatschappelijke verandering door cliënten niet alleen te helpen met persoonlijke groei, maar ook met bewustwording en het omgaan met sociale structuren die ongelijkheid in stand houden.

Boksen boven je gewicht

Parentificatie is een begrip waarin we het Franse woord ‘parent’ horen of het Latijnse ‘parentus’, wat beide in het Nederlands ‘ouder’ betekent. Het begrip verwijst naar een proces van rolomkering waarbij een kind bepaalde ouderlijke taken (tijdelijk of langer) overneemt, terwijl deze zorg niet-leeftijdsadequaat is.

Op zich is parentificatie niet problematisch of destructief, zolang een kind erkenning krijgt voor het geven, als dit eerder kortdurend is en als dit geven niet als té belastend of hinderlijk voor de ontwikkelingstaken wordt ervaren.

Laat ik beginnen met wat me aanspreekt in dit boek:

  • het benoemen en illustreren van diverse vormen van parentificatie,
  • de metafoor van te moeten boksen boven je gewicht (je leert er andere vaardigheden door, maar het blijft een risicovolle onderneming),
  • de linken met auteurs uit het contextuele denken en met een visie op het samenleven,
  • en ook de interviews met (super-)geparentificeerde kinderen helpen om een beeld te krijgen van wat parentificatie is, wanneer het problematisch is en wanneer niet.

Voor mij persoonlijk is het hiermee echter eerder een inleidend werk op het thema en weinig nieuws onder de zon, waardoor ik diepgang miste. Graag had ik meer gelezen over:

  • de dimensies van het contextuele denken (niet enkel de feitelijke, maar ook een toelichting van de andere dimensies en hoe die ons helpen kijken naar intergenerationele patronen),
  • de manieren van werken met of rond parentificatie (niet enkel de fasen benoemen maar meer uitwerken, vb aan de hand van een casus en beelden / opstellingen / schema’s),
  • het verwerken van verschillende visies op parentificatie,
  • mogelijke culturele verschillen die er zijn en hoe je vb respectvol en ‘meerzijdig partijdig’ met mensen in gesprek gaat als je jouw visie niet wil opleggen, maar wel vanuit zorg voor een kind spreekt.

Voor mij is dit boek dus een inleiding, maar telkens net niet diepgaand genoeg. Er werd heel wat zinvolle input aangeraakt, maar zonder deze voldoende te kaderen in een geschiedenis, een kader, een traditie. Enerzijds prikkelt dat mijn nieuwsgierigheid en kan ik natuurlijk zelf in de literatuur duiken om verder te lezen. Anderzijds had ik wellicht gehoopt of verwacht om dat hier wat meer samen te kunnen vinden.

Maar, voor heel wat studenten die nog weinig vertrouwd zijn met mogelijke patronen of signalen die kunnen wijzen op parentificatie kan dit boek wel degelijk een zinvolle eerste kennismaking vormen. Een uitnodiging om verder te leren over het thema en over hoe we samen zorg kunnen dragen voor kinderen, jongeren en volwassenen die ongezien boven hun gewicht moesten boksen.

Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn

Boekrecensie
Auteur: Patty Annicq
Titel: Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn. Begrip, behandeling en herstel.
Een andere kijk op de behandeling van eetstoornissen

Alleen al omwille van de titel is dit boek een aanrader. Want wat dit boek stevig op de voorgrond zet, is de kernboodschap: herstel is mogelijk! Zo benadrukt de auteur dat een eetstoornis niet je volledige identiteit hoeft te zijn en dat je kunt leren luisteren naar je eigen lichaam. Dit maakt het boek bijzonder motiverend, omdat het focust op mogelijkheden in plaats van beperkingen.

Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn is een krachtig en hoopgevend boek dat mensen met een eetstoornis en hun naasten een broodnodige houvast biedt. Dr. Patty Annicq, expert op dit gebied, spreekt vanuit het hart en weet haar woorden te richten op de onzekerheden, angsten en verlangens van mensen die worstelen met hun eetgedrag. Het resultaat? Een boek dat informatief en goed onderbouwd is met recente inzichten, maar dat ook als een steunpilaar voelt tijdens de moeilijke weg naar herstel.

Voor wie is dit boek?

Dit boek is een must-read voor iedereen die worstelt met een eetstoornis, maar ook voor familieleden, vrienden en professionals die meer willen begrijpen over wat er in het hoofd van iemand met een eetstoornis speelt. Het biedt inzicht, begrip en een concreet perspectief op een toekomst waarin de eetstoornis geen plaats meer hoeft in te nemen.

Conclusie

Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn is een boek dat hoop ademt. Het laat zien dat verandering mogelijk is, dat herstel tijd kost, maar dat het ook een prachtige reis kan zijn naar een leven waarin je weer in balans bent met jezelf. Als je worstelt met een eetstoornis of iemand kent die dat doet, pak dit boek op. Het zou wel eens het begin van een nieuwe weg kunnen zijn.

De gestreste samenleving

Boekrecensie
Auteur: Stephan Claes
Titel: De gestreste samenleving – Waarom we alles hebben en toch ziek worden.
Uitgever: Lannoo Campus, 2023
ISBN: 978-94-014-9309-3
196 pag.


Dr. Stephan Claes’ De gestreste samenleving kunnen we situeren op het kruispunt tussen psychologie, sociologie en gezondheidszorg. In Waarom we alles hebben en toch ziek worden buigt hoogleraar Psychiatrie Stephan Claes zich over de prangende vraag: waarom kunnen zoveel mensen het tempo van het moderne leven niet meer aan?
Dit boek is geen zelfhulpwerk, maar een zoektocht naar inzichten. Het biedt handvatten om beter te begrijpen hoe onze geest en ons lichaam reageren op de voortdurende druk van de 21e eeuw.

Claes weet op heldere en toegankelijke wijze te beschrijven hoe maatschappelijke veranderingen en druk onze levensstijl beïnvloeden. Met een scherpe blik analyseert hij hoe wij, als onderdeel van een samenleving die steeds sneller draait en hogere eisen stelt, vaak het contact met ons eigen lichaam verliezen. Dit geeft aanleiding tot allerhande uitputtingssyndromen, zoals burn-out, fibromyalgie, CVS, prikkelbare-darmsyndroom, lichamelijk moeilijk te verklaren klachten en syndromen enz.

Claes pleit daarbij voor de overkoepelende term uitputtingssyndroom, die helderheid schept in de wirwar van diagnoses zoals burn-out, chronische vermoeidheid of prikkelbare-darmsyndroom. Hij legt uit hoe langdurige stress ons uit balans brengt en hoe dit leidt tot zowel fysieke als psychische klachten waarvoor de klassieke geneeskunde vaak geen antwoord heeft.

Het boek is opgedeeld in twee delen: eerst een verkenning van hoe lichaam en geest omgaan met druk, en daarna een analyse van wat er gebeurt als de druk te lang aanhoudt. Het resultaat? Een heldere en toegankelijke gids voor iedereen die zich wil verdiepen in de impact van stress op onze gezondheid. Voor professionals blijft de analyse waardevol, al lezen we mogelijks weinig nieuws onder de zon. Wie in de praktijk werkt met mensen die allerhande uitputtingsklachten ervaren, zal de processen wellicht al te goed herkennen.

Vanuit de ervaring met personen met eetstoornissen kunnen we echter nog toevoegen dat de impact van de gestreste samenleving ook daar merkbaar is. Heel wat jonge mensen ervaren een grote druk om te excelleren in een wereld met onnoemelijk veel keuzemogelijkheden. Die (existentiële) verantwoordelijkheid opnemen voelt soms een onmogelijke taak, die tot een angstige verlamming kan leiden. Als we eetstoornissen begrijpen als een ongelukkige manier van omgaan met de uitdagingen van het leven, dan kunnen we ook beter begrijpen waarom meer mensen worstelen met deze problematiek.

Wat bijzonder is aan het laatste deel van dit boek is hoe Claes pleit voor het herwaarderen van vergeten vaardigheden, zoals mededogen, zelfkennis en vergeving. Mededogen voor het eigen lichaam, voor zichzelf en voor de ander kunnen we alvast waarderen als antidotum tegen de (te) hoog geprezen rationaliteit en het zelfkritisch perfectionisme. Laat dat nu net ook erg zinvol zijn in het ondersteunen van mensen met eetproblematiek.



Moeders kunnen niet tapdansen

Als psychotherapeut voel ik een oprechte interesse in de verhalen en binnenwereld van mensen. Waar staan ze in het leven hier en nu, hoe ervaren zij de wereld, hoe zijn ze tot dit punt gekomen en waar gaan ze heen?

Net als bij huizen die ik op straat passeer, vraag ik me dan af wat er achter de façade te ontdekken valt.

Libbrecht verzamelt in Moeders kunnen niet tapdansen een aantal columns die eerder verschenen in het Tijdschrift Persoonsgerichte en Experiëntiële Psychotherapie. Ze werden verwerkt en samengebracht tot een geheel dat diverse belangrijke maatschappelijke en menselijke thema’s onder de aandacht brengt en stof tot nadenken geeft. Dat is wat een Goed Boek voor mij doet: me meenemen in ervaringen, me laten reflecteren over wat dit voor mij betekent, wat ik erin herken en wat anders is dan mijn ervaring en hoe ik daar erkenning aan kan geven, het beseffen dat andere mensen andere levens leiden en daardoor anders – en toch ook zo gelijkend – in het leven staan.

Het lezen van Hilde Libbrecht’s boek werd daardoor een ervaring met vele lagen:

  • de nieuwsgierigheid naar de binnenwereld van een collega-psychotherapeut (wat zou ik herkennen, wat ook niet?),
  • de interesse in de ervaringen van cliënten in de beschreven kortverhalen,
  • het benieuwd zijn naar hoe cliënten iets ‘doen’ of ‘nalaten’ of ‘in transitie brengen’ bij ons als hulpverleners,
  • het besef van zelf cliënt en hulpverlener (geweest) te zijn en vanuit verschillende perspectieven ‘aangesproken’ te worden tijdens het lezen,
  • het zoeken naar herkenbaarheid en naar verschil,
  • het een beetje verwonderd opmerken dat het soms lastig is om de gedachtegang van een ander goed te volgen, om dan te beseffen hoe anderen dat ook bij mij wel eens aan de hand hebben, omdat ik het situeren van een context overgeslagen had of al drie stappen verder was in mijn gedachten en vergeten was om de tussenstappen ook uit te leggen,
  • het taal vinden voor wat wezenlijk is in ons beroep en hoe dat onder druk komt te staan door maatschappelijke evoluties (protocollisering, DSM-isering, de nood aan beheersbaarheid door alles te moeten registreren en in vakjes en cijfers vast te leggen, terugbetaling van korte en weerbaarheidsversterkende trajecten en het schrille contrast met hoe mensen lijden en zoeken en daar tijd en vrije ontmoetingsruimte voor nodig hebben – en niet een 7-stappenplan naar een gelukkiger leven),

Een boek dat je niet zomaar in een ruk uitleest, maar waar je best de tijd voor neemt. Om een stukje te lezen, te proeven, te laten inwerken en dan verlangend uit te kijken naar wat er nog meer komt om jezelf toe te verhouden.

Heb je interesse in de wereld van psychotherapie? Ben je nieuwsgierig naar hoe menselijk psychotherapeuten ook maar zijn en hoe zij denken over hun werk en de context waarin ze werken? Dan vind je in dit boek alvast een unieke inkijk, die zo persoonlijk en toch ook zo herkenbaar is. De herkenning zit voor mij alvast in het zoeken naar een zich steeds opnieuw verhouden tot de realiteit zoals die zich presenteert in onze therapiekamer, in onze ‘virtuele gesprekskamer’ en ook buiten de muren in collegiaal overleg, supervisie, therapie in de buitenlucht en in overlegorganen, werkgroepen en maatschappelijke reacties en interacties en meningen… Want net zoals onze cliënten zich ontwikkelen en bewegen door het leven, zo blijven ook wij voortdurend in transitie. Niet in het minst door de contacten met onze cliënten, die ook (iets in) ons veranderen.

”Laten we verhalen vertellen en onze cliënten helpen om van hun levens verhalen te maken om verder te dragen. Dat is wat we altijd hebben gedaan; het is wat we altijd zullen blijven doen. De managers en hun cijfers… ach wat. Ze kunnen in het ergste geval de geldkraan sluiten. Maar verhalen, verhalen zijn niet te stuiten!”

(Blz. 4, extract uit ‘Verhalen dragen verder’)

Moeders kunnen niet tapdansen

Auteur: Hilde Libbrecht

Uitgeverij: Pelckmans

Jaar van uitgave: 2021